ECHTE REISVERHALEN

Mooie reisverhalen en reportages. Iets langer, maar dat merk je niet.
Pakkend, boeiend en inspirerend.
Laat je meevoeren…

koh-chang

Koh Chang toen en nu: is Koh Chang nog steeds het paradijs?

Golven slaan kapot in de branding. De zee is vandaag verre van turkoois. Ik lig in m’n hangmat op de veranda van m’n houten hutje. Een eenvoudig optrekje, met muren van bamboe, maar wel eerste rang: pal aan zee, onder de kokospalmen.

Het is september, regentijd op Koh Chang. Voor m’n neus denderen golven het strand op. Zweetdruppels glinsteren op m’n huid en glijden tussen m’n borsten door naar beneden. Het is vochtig en warm, drukkend en klam, maar heerlijk rustig.

Koh Chang

Het eiland Koh Chang ligt in het oosten van Thailand, niet ver van de grens met Cambodja. Na Phuket is Koh Chang het grootste eiland van Thailand, maar de sfeer is er veel relaxter. Er is geen vliegveld op Koh Chang, dus je moet iets meer moeite doen er te komen, maar dat is het absoluut waard.

koh-chang-reisblog

koh-chang-blog

Ongerept regenwoud

Koh Chang is een bergachtig en groen eiland met een ruig en ondoordringbaar binnenland met steile kliffen en watervallen. Een eiland waarvan een groot deel (nog steeds!) ongerept en onbedorven regenwoud is. ‘Olifanteiland’ heet het eiland letterlijk vertaald.

koh-chang-eiland-thailand

Rust op Koh Chang

Ik ben meerdere keren op Koh Chang geweest. De laatste jaren is Koh Chang erg populair geworden, maar toen ik er in 2001 voor het eerst was was het nog een vrij onbekend backpackereiland. Luxe resorts en massatoeristen waren er überhaupt nog niet. Wel bamboe bungalows onder de kokospalmen.

koh-chang

Sfeer Koh Chang

Ondanks dat Koh Chang inmiddels een bekend eiland is kun je er ook nu nog steeds rust vinden als je wil, zelfs vlakbij de plekken waar iedereen samenklontert. Goedkope accommodatie vind je er ook nog steeds, maar daar gaat het me in dit blog niet alleen om.

Ik wil graag een sfeerverhaal van Koh Chang met jullie delen, geschreven uit eigen ervaring, en met een kleine boodschap.

hutjes-op-het-strand-koh-chang

Inspiratie

Met dit niet eerder gepubliceerde reisverhaal over Koh Chang wil ik je inspireren op zoek te gaan naar plekken die nog rustig zijn (ook anno 2018 of 2019!), niet alleen in luxe resorts te verblijven, contact te maken met de lokale bevolking en het eiland (en andere eilanden en bestemmingen) net als ik ook eens in een minder druk seizoen te bezoeken.

eilanden-koh-chang

zonsondergang-koh-chang

thais-kindje

White Sand Beach

Het is september 2001, ruim 17 jaar geleden. Samen met twee vrienden die ik in Bangkok heb ontmoet (ze zijn reisleider bij de reisorganisatie waar ik ook werk) wil ik op Hat Sai Khao verblijven, het strand dat onder reizigers beter bekend staat als White Sand Beach.

We moeten helemaal op het uiterst noordelijke puntje van het strand zijn, bij een rijtje bungalowtjes op een afgelegen stuk strand, een plek waar het heerlijk rustig is. (Niet alleen toen, ook nu nog!)

white-sand-beach-koh-chang

Bamboehutjes op een afgelegen strand

Er is geen weg naartoe en dus wandelen we over het strand. Als het water hoog staat lukt het niet en dus hebben we haast.

Met onze rugzak op onze plakkerige rug struinen we door het rulle zand. Als we bij een grote rots aankomen kunnen we niet verder. Het water staat tot aan de klip. Dat wordt dus klimmen. Even afzien voor een goed doel: voor bamboehutjes op een afgelegen strand.

koh-chang-thailand

Verlaten strand

Na een zweterige wandeling zijn we er. Het strand is verlaten. De bungalows zitten nog niet eens voor een kwart vol. Het is september (middenin het regenseizoen!) en we kunnen de mooiste hutjes uitkiezen. Kom daar in december of januari maar eens om.

Het simpele leven

Ik open het hangslot van m’n houten hutje op het strand. Er zit geen douche en toilet in en het is eigenlijk niets meer dan een matras op een houten verhoging en een kleine vlonder voor de deur, maar het is goed zo. Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn.

Ik bevestig m’n hangmat, ga liggen en luister naar de golven.

Hier, op het uiterst noordelijke puntje van het ‘witte’ strand geniet ik van het simpele leven; van rust en eenvoud.

Even helemaal niets

Even willen we helemaal niets. We hebben hard gewerkt, nu is het tijd voor ontspanning.

De ochtenden verdiepen we onze bruine tint en wandelen wat langs het strand, de middagen brengen we loom in onze hangmat op de veranda door. Het ruizen van de zee als welkom achtergrondgeluid.

De middagen brengen we loom in onze hangmat op de veranda door. Het ruizen van de zee als welkom achtergrondgeluid.

koh-chang-regenseizoen

Het buitenleven

Ik geniet van het buitenleven en de heerlijke temperatuur. Met de regen valt het mee. Als ik nog wat gelezen heb in de schaduw sla ik mijn sarong om, zoek mijn shampoo en wandel naar de toiletten.

Buiten haren wassen

Vlakbij de wc’s staat een groot rond waterreservoir dat continue gevuld is met water. Hier was ik mijn haren, buiten!

Ik doop een plastic bakje in het grote ronde reservoir en gooi het daarna over me heen. In bikini in de vrije natuur, heerlijk toch?

douche-thailand

Weer doop ik het bakje onder water. Blurp. Ik til het op en ‘splash’ het weer over me heen. Bakjes vol water kieper ik over m’n lange blonde haren.

Ik was m’n haren in de vrije natuur!

Reizen in de regentijd

Een soort pompje houdt het waterpijl bij en vult het aan. Gelukkig is er genoeg water. Dat is één van de voordelen van reizen in de regentijd. Ook de natuur is in het regenseizoen prachtig!

koh-chang

Geroosterde vis

Ik pak mijn sarong en droog me af. Rook kriebelt mijn neusgaten in. De Thaise jongens staan verderop vis te roosteren voor het handjevol gasten dat er is. Soms ook nemen mensen de moeite een paar kilometer langs het strand te wandelen om hier te eten. Zo verdienen de Thai toch nog wat extra.

contact-met-locals

Doof in de bediening werken

Bin, één van de Thaise jongens, gebaart naar me. Ik wenk terug. Bin is doof, maar werkt wel in het restaurant. In de bediening zelfs. Wat tof! We moeten alles aanwijzen en uitbeelden, maar dat gaat prima. Behalve gisteren.

Wat gebeurde er?

Eén van mijn vrienden wilde thee en dus maakte hij met z’n vingers de beweging alsof hij een theezakje op en neer bewoog in een kopje. Bin knikte en stak z’n vinger omhoog. Aha, hij weet het, dachten we en hij verdween naar achteren.

Een paar minuten later kwam hij terug en zette een wc-rol op tafel. We keken van Bin naar de wc-rol en van de wc-rol weer naar Bin. Hoe kwam hij hier nou bij? Bin bemerkte direct onze verbazing. ‘Is het niet goed?’ zag je ‘m denken.

En toen begonnen we te lachen. Bin ook.

Toiletrol

In Thailand hebben ze iets wat wij niet kennen. Als ze een toiletrol hebben (áls ze die al hebben), halen ze vaak de kartonnen koker uit het binnenste van de rol en stoppen het papier dan in een speciaal daarvoor bestemd bakje. Een soort plastic doosje, net iets groter dan de rol zelf, met een gat aan de bovenkant. Het lijkt op wat wij Nederlanders als tissuebox gebruiken.

Heb je wc-papier nodig? Dan breng je je vingertoppen naar elkaar en pak je wat papier uit het gaatje. Vanaf de binnenkant van de rol. Je hoeft het er alleen maar met je vingers uit te trekken. Bijna dezelfde beweging als wanneer je een theezakje in heet water op en neer doopt.

We lachen. Bin lacht mee, maar je ziet hem denken: ‘Farang baa, gekke buitenlanders.’

Farang baa, gekke buitenlanders.’

Koh Chang ‘s nachts

Die avond duik ik onder mijn klamboe. Helemaal alleen lig ik in mijn houten hutje, net als in Bangkok, maar hier is het anders.

Het breken van de golven dat vanmiddag nog zo prettig had geklonken maakt nu zo’n kabaal dat ik de slaap maar niet kan vatten. De zee buldert als een logge olifant.

Wie had gedacht dat ik hier wakker van zou liggen?

Wat voel ik?

Ook moet ik ineens denken aan alle dieren waar ik over heb gelezen. Varanen, pythons, de king cobra, de Koh Chang-kikker en een keur aan insecten. Ineens voelt het alsof ze allemaal in de buurt zijn. Er kriebelt er iets. Is het een kakkerlak, een mug, een bedbug? Ik draai me om en trek het muskietennet bijna naar beneden.

Voorzichtig

Kennelijk ben ik toch weggedoezeld, want een paar uur later word ik wakker. Ik moet naar het toilet. In het donker klim ik onder m’n muskietennet uit, zoek op de tast m’n sarong en knoop ‘m om. Voorzichtig zoek ik met mijn handen in het duister het houten richeltje waar ik de sleutel van m’n hangslot heb neergelegd. Als het kleine sleuteltje maar niet tussen de planken valt… Gelukkig, ik vind ‘m.

Waslijnen

Ik steek m’n neus de vochtige buitenlucht in en graai naar m’n slippers op het trapje. Flipfloppend loop ik over het verlaten terrein. Ik breek net m’n benen niet over een paaltje en houd m’n handen voor me uit om niet met m’n nek in een achteloos door een reiziger opgehangen waslijn te blijven hangen.

Puppy’s

Vlakbij de wc’s komt een stel puppy’s op me af. Ik ben bang voor honden, maar niet voor deze. De puppy’s happen naar m’n benen en naar de franjes van m’n sarong. ‘Eindelijk actie,’ lijken ze te denken. ‘Lekker spelen.’ Ik buk en aai ze één voor één. ‘Dag lieffies,’ fluister ik.

Eentje hapt er zachtjes naar mijn handen. Wat een schatje. ‘Chuu arai?’ vraag ik. ‘Hoe heet je?’ Ik aai nog een keer en schud ze dan van me af.

puppy-thailand

Doortrekken

Eenmaal op het toilet is het zaak in beweging te blijven. Muggen happen gretig naar m’n billen. Ik wiebel wat, beweeg m’n benen heen en weer en sla met m’n armen in het rond. Daarna doop ik een bakje in het waterreservoir en gooi het in de toiletpot. En nog een keer. Zo trek je door. Ik ben het gewend. In mijn huisje in Bangkok gaat het net zo.

Waar is toch mijn bungalow?

Als ik terugloop lijken alle hutjes ineens verdacht veel op elkaar. Allemaal donkere driehoekjes op een rij. Daarachter nog een rij, sommigen met een aangebouwd stukje met eigen douche en toilet. Gelukkig vind ik m’n bungalowtje weer terug. Ik duik weer onder de klamboe en slaap gelukkig snel.

Sawatdee kaa!

Als de zon nog waterig op zee schijnt, snuif ik de tropenlucht op en wandel naar het kleine restaurantgedeelte. Onderweg kom ik één van de Thaise jongens tegen. De meeste toeristen spreken geen woord Thai. Ik wel, mijn vrienden ook, en meer dan slechts de basics. Het maakt het zoveel leuker! Sommige woorden zou gewoon iedereen even moeten leren.

‘Sawat dee kaa,’ zeg ik. Goeiemorgen!

Het is Lak. Zo heet hij. Lak heeft een grote hark in zijn hand waarmee hij blaadjes staat aan te vegen. Als hij mijn Thaise goedemorgen hoort verschijnt er een voorzichtige glimlach op zijn donkere gezicht.

‘Kap,’ zegt hij verlegen retour. (Mannen zeggen ‘kap’, vrouwen zeggen ‘kaa’.)

Kokosnoten

Ik bestel koffie en toast met jam bij Tommy, de Thaise beheerder, en neem plaats op een stoeltje in het zand. King, één van de andere jongens die er werkt, zet een kruiwagen vol kokosnoten neer. Niet harig en bruin, zoals de meeste mensen ze kennen, maar groot en groen, zoals ze aan de boom hangen. De kokosnoot zelf zit erin.

kokosnoten-thailand

Ontbijt in het zand

Dan komt Mao er aan, met het ontbijt. ‘Kssst!’ roept hij tegen een grote hond die tegen één van de poten van mijn tafeltje ligt. Met zijn voet stampt hij in het zand. Langzaam komt het dier overeind en sjokt weg. Bij het volgende tafeltje gaat hij weer liggen.

Gitaarmuziek en Thaise biertjes

‘Yesterday… good?’ vraagt King. Gisteravond speelde hij nog even gitaar bij ons kampvuur. Met z’n drietjes waren we omringd door de Thaise boys van het resort. We dronken Thaise biertjes. Het vuurtje brandde. Gitaarmuziek klonk. Sterren stonden aan de ineens wolkeloze hemel. Een ontspannen avond, ook al stemde het ook wat melancholisch.

Thaise biertjes in het zand. Sterren in de lucht.

‘Mao mao mai?’ zeg ik. Mao was dronken hè? En ik lach om m’n eigen grapje. Mao betekent dronken. Maar Mao was niet dronken. Het klinkt alleen zo leuk.

thaise-jongens

Uitzwaaien

Na het ontbijt pak ik mijn spullen. Ik moet helaas alweer gaan; ik moet weer aan het werk, in Bangkok. Ik zwaai King, Tommy, Mao, Lak en Bin gedag. En mijn vrienden, die nog wat langer blijven. Ik was er maar kort, maar toch voelen die paar dagen als een paar weken. Een eiland doet altijd goed!

Terug naar het vasteland

In m’n eentje pak ik de boot terug naar het vasteland. De zee is onstuimig, dus ik ben blij dat de boot überhaupt gaat. Het is nog de ouderwetse houten boot. Tegenwoordig varen er modernere en veiliger ferry’s. Het gaat ook veel sneller.

boot-koh-chang

Van Laem Ngop naar Bangkok

In de haven van Laem Ngop staat een kleine Thaise vrouw. ‘Ten minutes, ten minutes,’ zegt ze een half uur lang. Een half uur wordt een uur, een uur wordt anderhalf uur. ‘Ten minutes, ten minutes,’ blijft ze vol overtuiging zeggen. Maar het busje komt niet.

‘Ten minutes, ten minutes,’ blijft ze vol overtuiging zeggen, maar het busje komt niet.

Pas twee en een half uur later komt er wat. Ik word achterin gepropt met twee Finnen en een ongeschoren hippie uit Engeland. Volgende keer neem ik de gewone bus weer, neem ik mezelf voor.

Backpackerleven versus het lokale leven

Ineens zit ik weer tussen backpackers en wereldreizigers, die een heel ander leven leiden dan ik in Thailand. Ik woon tussen de Thai, ik werk tussen de Thai, alleen in mijn vrije tijd zoek ik westerlingen op. We drinken samen iets, eten lekker op straat of zoeken een strand of eilandje op als we vrij zijn. Naar Koh Samet of Koh Chang of -als ik minder tijd heb- naar Hua Hin. Maar Koh Chang is nog het meest puur.

regenseizoen-koh-chang

Koh Chang voor rijke toeristen?

Vlak voordat ik in 2002 terug naar Nederland ga lees ik in de Bangkok Post, een Engelstalige Thaise krant, dat er andere plannen zijn voor Koh Chang. Plannen om van Koh Chang een bestemming voor first-class tourists te maken. ‘So backpackers would not be welcomed,’ zegt Plodprasop, de voorzitter van het speciaal hiervoor in het leven geroepen comité in het artikel.

Wordt Koh Chang een soort tweede Phuket? Nee toch? En mag ik een volgende keer het eiland niet meer op omdat ik niet genoeg geld oplever? Moet het echt allemaal groter, luxer, drukker?

Wordt Koh Chang een soort tweede Phuket?

Koh Chang 16 jaar later

Nu, zo’n 16 a 17 jaar later, blijkt het heel erg mee te vallen. Nou ja, gedeeltelijk dan. Ja, Koh Chang is véél toeristischer geworden en ja, er zijn veel hotels, luxe resorts en winkels bijgekomen op Koh Chang, met name aan de westkust, maar het is nog steeds een heerlijk eiland en er komen ook nog genoeg backpackers op Koh Chang. Veel meer zelfs dan destijds.

koh-chang

Zoek je nog rustige stranden op Koh Chang?

Schrik niet van de toeristen bij White Sand Beach, maar wandel vanaf het ‘centrum’ van Hat Sai Khao helemaal naar het noorden, voorbij hippieachtig Independent Bo en Rock Sand (wat er toen ook al was) naar White Sand Beach Bungalows. Als locatie voor jou ook belangrijker is dan luxe zit je hier nog steeds goed. Liever wat luxer? Ga dan naar Kai Bae Beach.

Lonely Beach en Long Beach

Backpackers gaan vooral naar Lonely Beach (Hat Tha Nam), wat inmiddels ook veel drukker is geworden, maar waar de sfeer nog steeds goed is. Rustiger is Long Beach, in het zuiden.

Het zuiden van Koh Chang

Hoe verder zuidelijk je komt, hoe rustiger strandjes je nog kunt vinden, ook op Koh Chang. Ook Nederlanders die nog in Thailand wonen beamen dat Koh Chang nog steeds een tropisch paradijs is. Met een beetje zoeken kun je die relaxte sfeer er dus nog steeds vinden. Gelukkig maar!

Koh Chang is nog steeds een tropisch paradijs!

De eilanden bij Koh Chang

Ook de eilanden ten zuiden van Koh Chang zijn dat. Als je langer de tijd hebt is het zeker leuk daar ook naartoe te gaan. Eilanden als Koh Mak en Koh Kut werden destijds ook al bezocht, maar zijn nog steeds relatief onontdekt bij de massa.

Homestays op Koh Chang

Ook kun je op Koh Chang nog steeds goedkope accommodatie vinden. Of probeer eens een homestay! Dat kan zelfs al voor 8 euro per nacht! Deze link even als voorbeeld, ik verdien er niks aan.

Maar sowieso zijn er nog heel veel leuke kleinschalige adresjes op Koh Chang te vinden, van eenvoudig tot wat luxer. Zelf zat ik in White Sand Beach Bungalows.

homestay-thailand

Thais eten

Eet in Thailand Thais, bij de kleinere restaurantjes in plaats van de restaurants en hotels met een westerse menukaart. Hoe lokaler hoe lekkerder. En niet duur!

thaise-noedelsoep

Tips van een local

Wil je meer over Koh Chang weten, met tips van een local, dan raad ik je aan eens contact op te nemen met Better Places. De lokale reisspecialist van Better Places is Seb. Het toeval wil dat Seb tegenwoordig eigenaar is van de lokale reisorganisatie waar ik ook voor heb gewerkt! Alleen werkte ik er een paar jaar eerder. Ik kom er net achter!

Koh Chang tips van een local!

Wat het nog mooier maakt: Seb’s favoriete eiland is ook Koh Chang! Hij kan je er dus ongetwijfeld nog veel meer over vertellen. En je hoeft het niet zo basic te doen als ik deed. Als je contact opneemt met Better Places kun je je reiswensen voor Thailand aangeven en krijg je goed advies.

Onbedorven plekken

Niet alleen op Koh Chang, maar ook op andere Thaise eilanden is het steeds drukker geworden doordat er veel grote resorts bijgebouwd zijn. Begrijpelijk, maar wel zonde. Het vinden van een onbedorven plekje wordt steeds moeilijker terwijl mensen daar nog steeds naar zoeken. Maar ook al wordt het steeds moeilijker, het is dus niet onmogelijk.

footprints-thailand

Positief toerisme

Rustige en mooie plekjes kun je nog steeds vinden. We moeten er alleen wel allemaal wat voor doen zodat het in de toekomst ook nog zo is.

Laten we de mooie plekken op aarde niet (verder) verknallen met zijn allen. Locals die van het toerisme leven vinden het uiteraard fijn als er veel toeristen komen, maar als het er téveel worden kan de impact te groot worden en kunnen toeristen in de toekomst wegblijven. Het gaat erom de juiste balans te vinden zodat zowel het eiland als het toerisme behouden blijven en het niet ten prooi valt aan grote ontwikkelaars.

Laten we de mooie plekken op aarde niet (verder) verknallen met zijn allen.

Lokale ervaring

Gelukkig is er de laatste jaren een soort ‘tegenbeweging’ zichtbaar. Niet iedereen kiest voor grote en luxe resorts en steeds meer mensen reizen bewuster. Ook staan steeds meer mensen open voor een wat meer lokale ervaring.

Contact met de lokale bevolking, bij mensen thuis slapen, met ze mee eten, meekijken in het dagelijks leven, een kookcursus of kleinschalige tour doen. Ook vanuit Nederland kun je dit al regelen.

Met zijn allen kunnen we er op deze manier voor zorgen dat het toerisme niet alleen maar toeneemt in de zin van groter, luxer en duurder, ten koste van mens en milieu, maar dat het ook anders kan en goed doet.

kookles-thailand

Better Places

Een reisorganisatie die zich daar mee bezig houdt is Better Places. Better Places is een sociale onderneming die gelooft dat toerisme de wereld een beetje mooier kan maken, mits het op een verantwoorde manier gebeurt. Daarom staan zij voor reizen met een positieve impact.

Toerisme kan de wereld een beetje mooier maken!

better-places

Iedereen moet meeprofiteren van het toerisme

Bij Better Places staat de maatschappelijke missie van het bedrijf voorop. Met hun reizen moet o.a. de werkgelegenheid op de plaats van bestemming toenemen. Ze zetten zich ervoor in dat iedereen mee profiteert van het toerisme en vinden het belangrijk dat je kennismaakt met locals.

Impact op het milieu beperken

Daarnaast wil Better Places de impact op het milieu beperken. Helemaal stoppen met vliegen hoeft niet, maar je kunt er wel bewuster mee om gaan door de CO2-uitstoot te beperken of te compenseren. Ook willen ze ‘overtourism’ voorkomen.

Positive travel

Reizen kan dus ook een positieve impact hebben. Om mensen daar nog meer van bewust te maken introduceert Better Places de term positive travel. Better Places wil dat de plekken die ze aanbieden niet alleen fijn zijn voor de toeristen die er komen, maar ook fijner worden voor de mensen die er wonen.

Duurzaamheid, locale gidsen, homestays, minder bekende plekken en een land echt leren kennen vinden ze belangrijk.

thaise-meisjes

Positive travel tips

Meer positive travel tips en kleine dingen waar je alvast op kunt letten: eet (vaker) vegetarisch op reis, boek alleen diervriendelijke excursies, bezoek nationale parken, neem een hervulbare waterfles mee en koop alleen duurzame souvenirs. Ga liever één keer langer op vakantie dan vaker kort, vlieg rechtstreeks en reis -als het kan- in het laagseizoen.

Reizen met een positieve impact!

reizen-met-een-positieve-impact

Laat reizen de wereld niet verpesten, maar juist verbeteren. Zodat we in de toekomst van heel veel bestemmingen waar mensen graag naartoe reizen kunnen zeggen: ‘Hé, het is er eigenlijk alleen maar mooier op geworden, voor iedereen.’

Ik schreef dit artikel in opdracht van Better Places. De tekst heb ik echter zelf geschreven en ook de foto’s zijn van mij. Enkele zijn behoorlijk onscherp omdat ik foto’s van m’n foto’s heb moeten maken. Wel geven ze het ‘Koh Chang van toen’ mooi weer. 

lecce-zuid-italie

Zuid-Italië: via Umbrië naar Puglia, Basilicata en Campanië

Zuid-Italië, zucht… Sinds ik ooit ergens had gelezen dat het verre zuiden van Italië zo ruig, woest en puur moest zijn had ik een enorme behoefte gevoeld naar Zuid-Italië af te reizen; helemaal naar de hak van de laars! Naar Lecce! Ik had nog geen idee hoe mooi de stad eigenlijk moest zijn, maar ik móest er naartoe. Gewoon het idee alleen al dat ik daadwerkelijk op dat ene puntje op de kaart zou staan…

Via Toscane, Umbrië en de Marche naar Puglia, Basilicata en Campanië!

Perugia-mooie-stad-italie

Het verlangen alle uithoeken van Europa te zien

Überhaupt had ik een sterk verlangen alle uithoeken van Zuid-Europa te bezoeken. Van de hele wereld eigenlijk. Er was zoveel meer dan Nederland alleen. Met mijn moeder en zusje had ik al wel wat mediterrane tripjes gemaakt, en op mijn achttiende woonde ik al voor de eerste keer een jaar in Barcelona, maar daar was mijn reishonger nog lang niet mee gestild. Steeds wilde ik nog meer zien.

Wanderlust in de jaren 90!

De Mezzogiorno

Toen ik tijdens mijn studie een werkstuk over de Mezzogiorno moest maken, of eigenlijk over de verschillen tussen het rijke noorden en het armere zuiden van Italië, werd mijn verlangen naar het zuiden te gaan alleen nog maar meer aangewakkerd. Ik wilde niet naar moderne West-Europese steden, ik wilde iets zuidelijks, iets mediterraans, iets authentieks, iets puurs. Eerder vond ik dat al tijdens een paar weken rondreizen in Andalusië, maar ook in Zuid-Italië hoopte ik dat te vinden.

Niemand had het indertijd over Puglia, waar ik naartoe ging. En als ik zei dat ik naar Lecce ging, zeiden mensen: ‘Hoezo ga je daar nou naartoe?’

Naar de hak van de laars in Zuid-Italië

Achttien jaar geleden ging ik. Ik was nog jong en ik reisde alleen; nou ja, samen met mijn Rough Guide van Italië dan. Smart phones en social media bestonden nog niet, maar ach, door mijn studie sprak ik behalve Spaans en Catalaans inmiddels ook Italiaans, dus dat kwam wel goed. Ik kocht een Eurolines-ticket naar het prachtige Florence en vertrok.

Op zoek naar het geheim van het zuiden…

Florence

Stop in Florence

Na een busreis van meer dan 24 uur kwam ik allereerst aan in het mooie Florence, in Toscane. Het was eind oktober en nog aangenaam warm. Ik ontdekte de stad, bezocht de Galleria dell’Accademia, maakte foto’s van het Palazzo Vecchio en de kathedraal van Florence, wandelde over de Ponte Vecchio en zigzagde door leuke kleine straatjes. Samen met Chris, een Canadees die ik ontmoette, at ik pasta. Ik genoot.

ponte-vecchio-florence

Met de trein naar Perugia

Na een nacht in een ostello per la gioventù, een jeugdherberg, reisde ik in 2 uurtjes tijd met de trein door naar studentenstad Perugia, in Umbrië. Tot mijn verwondering kwam ik onderweg pal langs het meer van Trasimeno!

Tip tussendoor: wil je een keer in deze omgeving overnachten, maar dan absoluut níet in een jeugdherberg, kijk dan op de site van Eliza was here: je vindt er mooie adresjes in Umbrië!

perugia-bezoeken

Vlakbij Piazza Italia, waar ik was uitgestapt in Perugia, bestelde ik een insalata caprese. Daarna ging ik weer op zoek naar een hostel. Het was een hele rommelige en eenvoudige deze keer, maar het uitzicht op de lichtjes in de stad, ’s avonds laat, was adembenemend en bezorgde me kriebels in mijn buik.

uitzicht-kamer-perugia

Dít soort simpele dingen, daar werd ik gelukkig van.

Ik vond het heerlijk om alleen op reis te zijn. Echt alleen voelde ik me niet. Ik kletste met 2 Mexicaanse meisjes, 3 jongeren uit Congo en een jongen uit Benin, en met een Duitse studente en een Française dronk ik daarna Italiaanse wijn op het dakterras. Dat ik met 7 anderen op een kamer sliep maakte me indertijd niks uit. Jou wel? Tip: ga dan met SNP Natuurreizen naar Umbrië!

perugia-in-de-mist

Perugia in de ochtenddauw

Om 6 uur ‘s ochtends werd ik gewekt door het mannetje van de jeugdherberg, een klein Italiaantje. Niet veel later wandelde ik in alle vroegte al door een mysterieus, mistig en nog vrijwel verlaten Perugia.

Ook al is het 18 jaar geleden, ik zie me nog lopen. Ik voel de rust en de vredige sfeer nog.

assisi

Via Assisi naar Foligno

De trein die ik had willen hebben, ging helaas niet. Voor niets was ik zo vroeg naar het station gegaan. Dan maar de bus. Het werd de bus naar Foligno, via Assisi, waar ik een paar jaar eerder al eens met mijn moeder was geweest, in combinatie met een citytrip naar Rome.

Lees ook: Rome met kinderen.

Richting de Marche

Vanaf Foligno nam ik alsnog de trein verder naar het zuiden, naar Ancona, in Le Marche. Le Marche (in het Nederlands De Marken) is een regio die pas de laatste jaren langzaamaan bekender wordt onder Nederlanders. Je vindt er vaak de wat kleinschaliger campings en vakantiehuizen.

Tip: bekijk deze familievakanties van SNP Natuurreizen naar de Marche.

Met de trein naar Zuid-Italië

Onderweg ontmoette ik Daniele, een jonge Italiaan uit Potenza, die in Perugia studeerde.
Hij vertelde over zijn stad. Indertijd kon je het niet even snel Googlen om te kijken of het inderdaad mooi is, zoals je dat nu vaak doet, maar door wat hij vertelde dacht ik:

‘Potenza, daar moet ik naartoe!’

Tot de dag van vandaag is het er nog steeds niet van gekomen, maar misschien moet ik het in 2018 gewoon eens doen!

trein-perugia-ancona-lecce

Verder door naar het zuiden

Hoe dan ook, samen met Daniele stapte ik over in Ancona en reisde verder door naar het zuiden. Tot aan Pescara moesten we staan, maar Daniele trakteerde me op een koffie in de restauratiewagon. Hij verliet me in Foggia en vanaf dat moment zat ik weer alleen in de trein. Inmiddels reisde ik al de hele dag.

Het landschap van Puglia

Puglia (onder Nederlanders ook wel bekend als Apulië) heeft best wel aparte plaatsjes en leuke dorpjes, maar het landschap van Puglia viel me in eerste instantie een beetje tegen. Dat woeste en ruige wat ik gehoopt had aan te treffen had je hier in elk geval niet. Het landschap was zelfs vrij vlak. Ik zag veel akkerbouw en olijfbomen, en in de verte de zee.

Het landschap was helemaal niet zo ruig, het was vrij vlak!

De stranden van Puglia

Dat de stranden van Puglia geweldig mooi moesten zijn, wist ik toen ook nog niet. Inmiddels weten steeds meer mensen dat wel, ook al is het soms even zoeken en ook al moet je er niet met massa’s Italianen tegelijk naartoe. Van de Tremiti eilanden voor de kust had ik destijds ook nog nooit gehoord. Tegenwoordig staan ze op m’n bucketlist.

De paradijselijke Tremiti eilandjes kende je vast nog niet!

Bijna in Lecce…

‘Inmiddels is het 16:40u en zit ik al meer dan 8 en een half uur in de trein’ schrijf ik in mijn reisdagboek. ‘We gaan zo stoppen in Brindisi en als het goed is kom ik een half uur daarna in het ‘Florence van het Zuiden’ aan: Lecce.’

Als ik aan het eind van de middag aankom in Lecce heb ik in totaal 763 kilometer afgelegd, op 1 dag. Meteen na aankomst informeer ik naar treinen vanaf Lecce (je kon het indertijd immers niet even op je telefoon opzoeken) en daarna loop ik het centrum in. Althans, dat hoopte ik, maar het was nog best een stukje lopen.

plein-in-lecce

Lecce, een grote stad

Al meteen merk ik dat Lecce een veel grotere stad is dan ik gedacht had. Ik verdwaal even, maar ik zie ook wat een schitterende stad het is. De mooie kalkstenen kleuren van de gebouwen vallen me op.

Wat gek, dacht ik, dat ik nog nooit iemand over deze mooie stad heb gehoord!

zuid-italie

Maar ook ik val op. Zo vaak loopt hier kennelijk niet ineens een lange blondine door de stad, en al helemaal niet alleen. Ik moet lachen om wat ik opgeschreven heb:

‘Een hoog bezienswaardigheidsgehalte’ staat ik in mijn reisdagboek. ‘Niet alleen de stad, maar ook ik!’

bezienswaardigheden-Lecce

Op zoek naar een slaapplaats

Ik ga op zoek naar de agenzía de turisme (de lokale VVV) en informeer nog een keer naar bussen, treinen en een slaapplaats. Ik kom terecht in een bed & breakfast bij een oud vrouwtje. Het kost me 40.000 lire (20 euro) en vergeleken bij de youth hostel in Perugia vind ik dat ineens duur. Maar… ik hoef deze keer niet in een stapelbed te slapen en ik heb een kamer voor mezelf, dus eigenlijk valt het best mee.

lecce-in-oktober

Lecce in de avond

In het donker wandel ik door Lecce. De Duomo is schitterend verlicht. Ook zie ik veel winkels, maar restaurantjes lijken schaars in de jaren 90. Bij een pizzeria word ik aan een tafeltje in een hoek gezet. Ze vinden het maar vreemd dat ik alleen ben.

‘Dove è il tuo marito?’ – Waar is je man?

Pizza van 1 meter lengte

Omdat je in Zuid-Italië natuurlijk een keer pizza gegeten moet hebben, bestel ik pizza. Je kunt kiezen tussen langwerpige pizza’s van 25, 50 en 75cm en zelfs van 1 meter lang! Ik drink er een vino bianco bij, uit Locorotondo, een mooi plaatsje in Puglia. Ondertussen blader ik wat in mijn reisgids en schrijf wat ansichtkaarten naar Nederland. Tegen elven loop ik terug naar mijn B&B. Ineens is het rustig in de stad.

Getoeter

Al vroeg word ik wakker van het verkeer. Vooral van heel veel getoeter, zoals de Zuid-Italianen dat zo goed kunnen. In mijn reisdagboek schrijf ik: ‘Hoezo heetgebakerd?’ Hoe dan ook, temperamentvol zijn ze in elk geval.

Ik eet mijn mini-ontbijtje en ga op zoek naar een reisbureau om een busticket te boeken. Als dat geregeld is kan ik meer ontspannen. Ik verheug me erop de centro storico van Lecce te ontdekken, het historische centrum.

Lecce-bezienswaardigheden

Lecce ontdekken

Ik wandel langs de Duomo, de kathedraal en de Campanile op het mooie Piazza del Duomo, dan langs een pozzo, een barokke put bij het Palazzo del Seminario en strijk even neer op Piazza Sant Oronzo. Op weer een ander plein eet ik iets. Daar ontmoet ik Gabriele. Ik heb inmiddels zoveel Italiaans gesproken de afgelopen dagen dat het bijna vanzelf gaat.

Wat een schitterende barokke gebouwen!

barok-in-lecce

Barokke gebouwen en lichtgekleurde straten en pleinen

Samen wandelen we nog een stukje verder door de stad. Langs mooie barokke gebouwen en door lichtgekleurde straatjes. Een bezoek aan het Romeinse amfitheater komt er niet meer van, maar er moet altijd iets te wensen overblijven.

Wil jij ook wel eens naar Lecce? Kijk dan zo naar de aflevering van 3 op reis. Lees je dit later pas? Het betreft de uitzending van 19 november 2017: Chris in Puglia.

Mooie plaatsjes in Basilicata

Vanuit Lecce reis ik met de bus eerst naar Brindisi en dan naar het westen, terug het binnenland in, via een stukje Puglia nog naar het relatief onbekende Basilicata. Via Mesagne, Francavilla en Grottaglie bereik ik Taranto. De bus stopt nog in Castellaneta en Metaponto, maar ook in het pittoreske Ferrandina en in prachtig Potenza, waar ik helaas de bus niet uit kan.

Authentiek Basilicata!

Matera

Ik besefte toen ook nog niet dat het mooie Matera hier echt vlákbij lag. Het was inmiddels donker en zonder het te weten was ik langs de allermooiste steden en dorpen van Zuid-Italië gekomen! Het mooie Matera is samen met Plovdiv (Bulgarije) in 2019 culturele hoofdstad van Europa. Vorige week kon je deze stad bij 3 op reis zien. Tip: deze uitzending van 12 november 2017 is nog terug te kijken: Chris in Basilicata.

Ben je net zo enthousiast als ik en wil je meteen een reis van Eliza was here naar Matera boeken, kijk dan hier: Le Grotte della Cività. Of bekijk de hotels hieronder!

Hier vind je nog meer hotels, B&B’s en hele gave accommodaties in Matera!

Via Potenza en Salerno naar Napoli

Via Potenza en Salerno (een stad die ook zeker een stop waard is, lees het blog met Salerno tips van Sigrid van My Travel Secret maar) reis ik door naar Napoli, waar ik 6 uur later aankom. Het is inmiddels 21:00u ’s avonds als de bus op de Piazza Garibaldi in Napoli stopt. Ineens sta ik midden in het drukke en chaotische Napels.

Ineens sta ik midden in het drukke en chaotische Napels!

Napels is precies zoals ik me had voorgesteld, maar ook overweldigend. Veel auto’s, veel mensen, luid getoeter en ineens zie ik te midden van de drukte een lange blondine (langer en blonder dan ik) verschijnen: de vriendin die ik ging bezoeken! Samen met haar Italiaanse vriend woonde ze al een tijdje in Napels.

Napolitaanse pleintjes

Het is al laat als we bij hun appartementje in een typisch Napolitaans straatje in de Quartieri Spagnoli zijn aangekomen. Maar naar bed gaan? Wel nee. Eerst eten natuurlijk! Heel laat eten we, samen met een grote groep Italiaanse vrienden van ze, op een pleintje: Piazza Sannazzaro. Ver na middernacht drinken we met zijn allen nog iets op het gezellige Piazza Bellini. Italiaanser kan het niet.

Amalfi, Positano, Capri en Pozzuoli

De dagen erop ontdekken we Napels, Amalfi, Positano, Capri en Pozzuoli, mooie plekken in de omgeving van Napels. Het is inmiddels begin november, en ook al beloof ik mezelf hier ooit in het voorjaar of de zomer terug te komen, ik geniet intens voordat ik via Rome weer terug ga naar Florence, waar ik met een overstap in Milaan weer terug ga naar Nederland.

Het voelt alsof ik een eeuwigheid ben weggeweest en toch is het voorbijgevlogen!

Over de Amalfitaanse kust zal ik nog eens apart wat meer schrijven. Enkele foto’s van Napels en Capri zie je hier al. Ja, ook van de Napolitaan die ik er nog ontmoette, haha.

Update 2022: Meer recente foto’s vind je via linkjes in dit blog over de omgeving van Napels

Wil je zelf naar Campanië?

Kun je niet wachten en wil je graag een reis boeken naar Campanië, bekijk dan de vakanties van SNP Natuurreizen naar Campania. Wat dacht je bijvoorbeeld van een wandelvakantie naar Prócida, Ischia en Capri? Tip! Maar lees ook zeker mijn reisblog over Napels en omgeving.

Of liever naar Puglia?

Wil je ook naar Lecce (waar ik eerder in dit verhaal over schreef) of wil je Puglia of Basilicata ontdekken? Het handigst is het om een auto te huren. Er zijn weliswaar bussen en treinen, maar wil je de kleinere dorpjes en afgelegen stadjes ontdekken dan is een auto natuurlijk ideaal.

Auto en hotel boeken

Een betrouwbare autoverhuurmaatschappij is Sunnycars. Hier lees je over mijn ervaring met Sunnycars op het Zuid-Italiaanse Sicilië. Hotels, bed & breakfasts en appartementen in Puglia vind je hier. Accommodatie in Basilicata vind je hier.

Vlucht, accommodatie en autohuur in één

Je kunt alles zelf los regelen, maar je kunt ook een reis boeken waarbij vlucht en accommodatie er al bij in zitten. Bijvoorbeeld van Eliza was here. Eliza biedt de wat kleinschaliger accommodaties aan, op vaak hele mooie plekken. Voorbeelden van Eliza in Umbrië vind je hier.

Eliza was here in Puglia:

Met SNP Natuurreizen naar Puglia (en eventueel Basilicata):

Of ga net als Vaders op reis (ook een reisblog) met Slow Active Tours wandelen in Puglia.

Meer over wandelen in Puglia en mooie wandelingen in Puglia lees je in mijn nieuwste blog: Wandelvakanties Puglia.

Met TUI naar Puglia

TUI biedt een individuele rondreis met een huurauto aan in Puglia, waarbij je o.a. Bari, Otranto, Gallipoli, Lecce, Taranto, Matera, Alberobello, Ostuni en Polignano a Mare bezoekt: een 8-daagse rondreis Trulli Fantastic.

campanie

Mooie ruige natuur in Zuid-Italië

Dat ruige waar ik lang geleden al naar op zoek was was dus Basilicata (of -update!- de regio met de ravijnen waar ik in dit wandelblog over Puglia over schreef). Toen ik met de bus van Puglia naar Napoli reisde kon ik er een glimp van opvangen. Van achter de busruit genoot ik heimelijk. Wat je hierboven ziet is overigens Campanië.

Hier zou ik terug gaan, ooit.

Sinds ik vorige week 3 op reis in Basilicata heb gezien wil ik nóg liever. Vooral naar Matera… zucht.

Update 2019: Ik ben in Matera geweest en het was inderdaad zeer indrukwekkend. Wat een mooie stad! Bekijk hier de mooiste foto’s van Matera.

Ook naar Calabrië wil ik nog, al sinds ik in Bangkok een tijdje een relatie had met een Calabriaan.

solo-reizen-18-jaar-geleden

Ik in Italië, 18 jaar geleden bij het Santa Chiara klooster in Napels

Reisgids Zuid-Italië

Een reisgids meenemen vind ik nog altijd fijn. Hier wat tips voor Nederlandstalige reisgidsen:

Meer mooie gebieden in Italië

Wil je nog meer mooie gebieden in Italië ontdekken? Lees dan:

Ben jij wel eens in Zuid-Italië geweest? Wat vond jij een mooie streek of plaats?

Wonen-in-Bangkok

Een houten huisje bij de Chao Praya

‘U turn ka!’ – Een U-bocht graag.

Vanaf de drukke weg die over de Pin Klao-brug gaat, moet ik een straat hebben die precies parallel aan deze loopt, de andere kant op.

De tuktuk raast de bocht om.

‘Trong pai’, vervolg ik, rechtdoor. ‘Leaw saai’, zeg ik dan, linksaf, en ‘leaw kwa’ tot slot, rechts af. Ik kan me inmiddels een beetje verstaanbaar maken in het Thais. De dagelijkse woorden kan ik dromen.

Tuktuk

Ik ben er bijna. Bij mijn huisje. Een houten huisje in een typisch Thaise buurt. Het ligt bij Wat Daodung, aan de overkant van de Chao Praya rivier in Bangkok, niet ver van de hoge torens bij de Pin Klao brug. Hemelsbreed is het niet ver van Khao San Road vandaan, dé backpackersstraat van Bangkok. En toch is het leven hier totaal anders.

Hier is het leven totaal anders.

jongetje-soi-Bangkok

Ik wandel door smalle steegjes, langs kleine stalletjes. De oude Thaise achterbuurman wast borden af, in een teiltje. Gehurkt, zoals alleen Aziaten dat zo goed kunnen.

Er wordt gekookt in de soi. Plastic stoelen staan om een paar tafels.

Vliegen vechten om een plekje op het plakkerige tafelzeil.

Soi-Wat-Daodung

Ik steek de sleutel in het hangslot aan mijn deur, draai hem om en ga naar binnen. Een houten huisje is het; klein, maar wel met twee verdiepingen. Het hout is mooi gelakt en het huis is groter dan ik van beach huts op eilandjes gewend ben. Ik heb een keuken, zonder kookgelegenheid. Maar waarom zou je koken als je overal, gewoon bij kleine ‘restaurantjes’ op straat, zó lekker en zó goedkoop kunt eten?

balkon-uitzicht-Bangkok

Een douche heb ik niet. Ik heb een mandi.

Een douche heb ik niet. Ik heb een mandi. Een smal, hoog, betegeld bassin met water. Mijn haren was ik door steeds bakjes water over mijn hoofd te gooien. Dat was lastig in het begin, zeker met lange haren en crèmespoeling die er nog uitgespoeld moet worden, maar alles went. Ook het koude water. Hoewel koud water helemaal niet erg is in een land waar het bijna altijd smoorheet is.

kamer-Bangkok

Geen airco.

Boven mijn bed hangt een ventilator. Airco heb ik niet. En dat in een stad waar het bijna het hele jaar door tegen de 35 graden is. Vooral van maart tot en met mei is het warm. Erg warm.

Het is er warm en vochtig. Drukkend weer.

Soms lig ik met mijn armen en benen wijd op bed, in de hitte die je overal om je heen voelt. Want boven op mijn slaapkamer, onder dat houten dak, is het nóg veel warmer. Een warmte die je je niet kunt voorstellen. En toch went het. Ik hou ervan.

Het geluid van knagende ratten.

Het enige wat nooit went is het geluid van knagende ratten of muizen, en de aanblik van grote kakkerlakken. En irritant kleine mugjes die altijd om je benen blijven zwermen.

huisje-Bangkok

De ramen bestaan uit horren. Glas zit er niet in. Ik kan alleen de luiken dichtdoen, als het heel hard regent. En dat doet het in het regenseizoen af en toe flink. Soms moet ik op mijn blote voeten of slippers door het water waden, als het water in de rivier heel hoog staat. Zelfs de soi, het steegje, staat dan een stukje blank.

Bangkok-Soi-Wat-Daodung

’s Ochtends vroeg word ik wakker van tropische vogelgeluiden en geluiden uit de soi. Een Thai die langs sloft, een vrouw die iets roept of het geluid van een spatel in een metalen wok.

Pad-thai-Bangkok

Door dit steegje dat naar de rivier leidt, wandel ik elke dag, op weg naar mijn werk.

Sawat dii kaa!

Ik groet de mensen die er wonen. Soms krijg ik een glimlach, soms zeg iemand ‘khap’, een andere keer maakt iemand vluchtig een wai, een buiginkje.

Kinderen-soi-bangkok

Ik loop langs eenvoudige huizen met golfplaten daken. Kinderen spelen, mannen en vrouwen doen de afwas, sommigen roosteren iets of verkopen iets in zakjes. Naarmate de dag vordert en het steeds warmer wordt hangen ze loom in het donker op matrassen op de grond. Hier en daar staat een tv-programma aan. De meesten hier hebben weinig meubels, maar een tv hebben ze wèl.

Chao-Praya-rivier-bootjes

Aan het eind van het steegje wacht ik op het pontje dat me voor 2 baht naar de overkant van de Chao Praya brengt. Als ik het bootje ’s avonds weer terug wil nemen, staan er altijd wel een paar backpackers op de pier. Ze wachten op de Chao Praya Express, een snelle rivierboot die als openbaar vervoer dienst doet.

Als ik het pontje op stap, voel ik hun ogen in mijn rug.

Op het moment dat ik op het pontje stap voel ik hun ogen in mijn rug. De een zal denken: ‘Haha, kijk haar nou, ze neemt de verkeerde boot!’ De ander denkt misschien lichtelijk nieuwsgierig: ‘Hé, waar gaat zij nou naartoe?’ Ik word zelfs wel eens behulpzaam op mijn schouder getikt of zelfs bij mijn arm gepakt door een andere reiziger die me wil waarschuwen.

‘Thanks,’ zeg ik altijd vriendelijk, ‘but… I live here!’

Stiekem vind ik dat altijd wel leuk. De verbazing op zo’n gezicht.

Pontje-Chao-Praya

’s Avonds loop ik er weer, door het smalle donkere steegje. Iets meer gehaast nu, vooral als het regent. Dikke druppels kletteren regelmatig op de zeilen die over de soi zijn gespannen. Ik sla linksaf. Vlakbij het politiebureau is mijn huisje.

De plek waar ik woon. Mijn plek in Thailand.

Heel gewoon en tegelijkertijd heel bijzonder. Dat besefte ik toen, maar nu nog steeds.

Thai-buurtje

Krung Thep. De stad die ik zo goed ken, of ‘kende’. Een jaar lang heb ik er gewoond en gewerkt. Een jaar lang was Bangkok mijn thuis. In mijn bio vertelde ik dat al eens. Update: hier kun je het nu ook lezen.

Vijftien jaar geleden is het…

Hoe zou het er nu zijn?

buurt-bangkok

Denise-2001-2002

De foto’s zijn niet zo scherp omdat ik ze in 2001 en 2002 met een vrij eenvoudige camera gemaakt heb. Ik heb foto’s van de foto’s gemaakt. 

Ik schreef deze blogpost net voordat ik in januari 2017 voor 3 dagen terug ging naar Thailand. Uiteraard bezocht ik ook mijn oude buurtje weer. Iedereen riep ‘O, het zal wel totaal anders zijn nu!’ Dat was het niet.

Ook in een moderne wereldstad als Bangkok, waar zoveel verandert, blijven sommige dingen nog gewoon hetzelfde.

Mijn buurtje was er nog steeds en het ademde nog precies die sfeer van toen. Ik knapte bijna uit elkaar van geluk, weemoed en verdriet tegelijk. De foto’s die ik maakte zal ik een keer in een aparte blogpost delen. Ook kun je inmiddels lezen waarom ik uiteindelijk toch besloot terug naar Nederland te gaan. Maar een stukje Bangkok blijft voor altijd bij me.

De weemoed blijft.

beste-reisboek

Hét reisboek dat je gelezen moet hebben

In mijn leven las ik meer dan 100 reisboeken. Ik heb een aantal favorieten, maar er is één reisboek dat met vlag en wimpel boven al die andere mooie reisboeken uitsteekt. Eentje die zo anders is dan alle andere reisboeken en reisverhalen! Dat is ‘De kunst van het reizen’, een reisboek dat echt over het wezen van reizen gaat en direct je reislust opwekt. Een absolute must read voor reisfanaten!

de-kunst-van-het-reizen

De kunst van het reizen

De kunst van het reizen van Alain de Botton is by far het beste reisboek dat ik ooit gelezen heb. Het is geen gewoon reisboek, geen boek dat zich in een bepaald land afspeelt, het is ook geen verslag of bundel reisverhalen, nee, het gaat verder dan dat.

Het is een filosofisch getint (maar absoluut niet zwaar) boek over de kunst van het reizen en over schrijvende reizigers en reizende schrijvers door de eeuwen heen. Baudelaire, Flaubert, von Humboldt, ze komen allemaal aan bod.

De bestemming doet er eigenlijk niet toe, zei Baudelaire al. Waar hij werkelijk naar verlangde was weg te gaan:

‘Waarheen dan ook! Waarheen dan ook! Als het maar ver van deze wereld is!’

Is willen reizen een vlucht uit het dagelijks leven?

De Kunst van het Reizen gaat over het willen vluchten, ver van hier, ook in vroeger tijden al. Flaubert bijvoorbeeld zag de Oriënt als ontsnapping uit de gegoede kleinburgerlijkheid en de burgerzin van zijn omgeving. Ik denk dat dat voor veel reizigers, van backpackers tot mensen die een tijdje in een ander land willen wonen, nog steeds opgaat.

Baudelaire zag het mijmeren over reizen als een kenmerk van hoogstaande zoekende zielen die geen genoegen konden nemen met de einders van het vaderland. Alexander von Humboldt:

‘Ik werd gedreven door een onbestemd verlangen vanuit een saai dagelijks leven naar een wondere wereld te worden gebracht.’

Het ervaren van reizen

Er wordt dieper ingegaan op het waarom van het reizen en hoe reizen wordt ervaren. Het boek nam mij van begin tot eind mee. Om nog wat quotes als voorbeeld te geven:

‘Weinig momenten in het leven werken zo bevrijdend als die seconden waarin een vliegtuig zich hemelwaarts verheft.’

‘Een vliegtuig dat ons over luttele uren zou afzetten op een plek waaraan we geen herinneringen hebben en waar niemand onze naam kent.’

‘Na uren dromen in de trein kunnen we het gevoel hebben tot onszelf te zijn gekomen, weer in contact te zijn gebracht met emoties en ideeën die belangrijk voor ons zijn.’

Beeldend, maar ook realistisch

Word jij ook blij van deze quotes en van woorden als ‘de exotiek van chaos’, dan moet je het zeker lezen. Toch is het geen hoogdravend of zweverig boek. Het is mooi en beeldend geschreven, maar juist ook realistisch:

‘Het genoegen dat we aan reizen beleven is misschien eerder afhankelijk van onze instelling dan van onze uiteindelijke bestemming.’

‘Dat we plekken vaak niet zozeer mooi vinden op grond van esthetische criteria als wel op grond van psychologische criteria: omdat ze een waarde of stemming belichamen die voor ons belangrijk is.’

‘Als we thuis ongelukkig zijn geven we het weer of de lelijke gebouwen om ons heen de schuld, maar op een tropisch eiland komen we er (na een ruzie in een vakantiehuisje van raffia onder een azuurblauwe lucht) achter dat…’

Nou ja, lees het zelf maar. Het blijft voor mij hoe dan ook een boek dat de reislust opwekt.
Denk niet dat het een ouderwets boek is, voor reizigers van nu is het nog steeds heel herkenbaar zijn. De wereld willen ontdekken is iets van alle tijden. Het boek is absoluut de moeite waard. Niet voor niets wordt het steeds opnieuw uitgegeven.

Het ultieme reismijmerboek mét inhoud!

Wat kost het boek?

Ik heb de editie uit 2004, uitgegeven door Pandora. De nieuwste druk is van augustus 2015, van uitgeverij Olympus Pockets en kost 15 euro. Bestellen kan via Bol.com: De kunst van het reizen. Tweedehands al voor 6,95. De oorspronkelijke 1e druk verscheen overigens in het Engels: The Art of Travel.

Lees ook: Hoe word ik wereldreiziger?

Nog meer mooie reisboeken

In een apart blog geef ik je nog een keer een overzicht van reisboeken die ik las over specifieke bestemmingen of boeken met verhalen die zich in een bepaald land afspelen. Reisboeken, romans en waargebeurde verhalen die ik echt absoluut zou aanraden als je naar die landen op vakantie gaat of er rond gaat reizen.

Je kunt ook zelf alvast kijken bij de mooie reisboeken op Bol.com.

verborgen-werkelijkheid

De verborgen werkelijkheid

Tot slot wil ik hier wel alvast nog één tip geven specifiek voor de reisbloggers onder mijn volgers. De Kunst van het Reizen moet je sowieso gelezen hebben, maar ook deze kan ik aanraden: De verborgen werkelijkheid – reizen tussen feiten en fictie. Het boek is samengesteld door Gaston Dorren en Hans van de Veen. Het is destijds (1995) uitgegeven door het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT Publishers).

Op de achterflap staat:

Wie een verre samenleving echt wil leren kennen, moet z’n zintuigen aan het werk zetten. Zien, proeven, ruiken, horen, voelen.

‘Proef het voedsel, ruik de geur op de markten, lees de graffiti op blinde muren, onderga het openbaar vervoer en kijk eens een avondje lokale televisie. Wie in een andere cultuur goed om zich heen kijkt, vindt een schat aan informatie. Dit boek wil de nieuwsgierige reiziger wijzen op minder voor de hand liggende informatiepatronen.’

De manier waarop je andere landen en culturen aanschouwt

Het gaat over de manier waarop je in vreemde landen de wereld om je heen kunt aanschouwen en hoe je kunt interpreteren wat je ziet. Waar let je op op reis? Waar haal je je informatie vandaan? Het boek moedigt je aan ook eens op ándere dingen te letten, voor zo ver je dat niet zelf al deed. Ik deed dat eigenlijk als vanzelf altijd al, maar kennelijk doet niet iedereen dat.

Lastige vragen en situaties

Cultuurverschillen komen aan de orde en ook hoe je omgaat met bepaalde vragen. ‘Ben je getrouwd?’ Zeg dan: ‘Ja, maar hij/zij kon niet meekomen.’ Word niet boos in situaties die anders lopen en trek niet te snel conclusies uit wat je min of meer toevallig ziet.

Vreemde culturen doorgronden

Wil jij op je volgende reis dus meer zien dan wat je in eerste instantie ziet, en wil je vreemde culturen en samenlevingen nog beter doorgronden, dan móet je dit boek lezen. Net als De kunst van het reizen vind ik ook dit een must voor elke reisjournalist, reisschrijver én voor elke reisblogger!

Bestel het boek

Ik las dit boek al bijna 15 jaar geleden, maar toen al vond ik het heerlijk leesmateriaal; de wereld is inmiddels veranderd, maar wat erin staat gaat nog steeds op. Op Bol.com zag ik alleen nog een tweedehands exemplaar. Hebben? Bestel het boek dan snel voordat je te laat bent. En vraag anders rond bij gespecialiseerde reisboekhandels en antiquariaten.

Boekenweek

De Boekenweek is begonnen, dus dat is een mooie reden om jezelf of een reisfan in je omgeving een mooi boek cadeau te doen. Hier vind je meer mooie reisboeken.

Aan de zijkant rechts op mijn blog vind je trouwens ook twee boeken waaraan ik meegewerkt heb: Te Gast in Thailand en Hoe word ik Wereldreiziger.

Een vraag aan jou!

Heb jij een boek gelezen waarvan je zegt ‘Nou, als je bovenstaande boeken goed vindt dan moet je deze ook gelezen hebben’, vertel het! Ik wil het weten! Ondanks al die mooie boeken die ik gelezen heb lees ik door tijdgebrek en de vele online bezigheden nu zélden nog een boek, maar daar moet maar eens verandering in komen.

de kunst van het reizen verborgen werkelijkheid foto d miltenburg

Als je deze blog interessant vond, vind je dit waarschijnlijk ook leuk: Vrouwen rond de wereldToiletten wereldwijd, Het geheim van Laos en Hoe word ik wereldreiziger.

 

La-Francesca-resort-Italia

Natuurparadijsje bij de Cinque Terre

Resort La Francesca is een prachtig gelegen vakantiepark met bungalows met zeezicht. Een kleinschalig vakantiepark, rustig gelegen, maar wel vlakbij Cinque Terre!

Resort La Francesca

Er was eens een klein resort, een geheim plekje, een natuurparadijsje verscholen tussen de pijnbomen, met bungalows tegen de rotsige bergwand aan en met een fabelachtig uitzicht op zee. Een plek vol citroenbomen, cacti en bijzondere planten. Dat resort bestaat. Het heet Villaggio La Francesca en het ligt in Italië, vlakbij de prachtige Cinque Terre.

Rustig vakantiepark vlakbij Cinque Terre

Resort La Francesca is een klein vakantiepark zonder herrie, animatie of disco. Een plek waar je één bent met de natuur. Un’oasi verde sul mare, staat op de site. En dat is het. Een groene oase aan zee. Of boven zee eigenlijk, want de bungalows liggen allemaal zo hoog dat ze op zee uitkijken.

Een natuurparadijsje bij de Cinque Terre!

La-Francesca-resort-cinque-terre

Prachtig gelegen bungalows bij Cinque Terre

In de namiddag kom ik aan. Net op tijd om na het opladen van mijn camera en telefoon nog even naar beneden te lopen, naar het privéstrandje aan zee. Ik wandel over de bochtige steile weg.

Het is stil, alleen de vogeltjes fluiten. Een hagedisje schiet weg. Auto’s zijn er niet.

Ik kom langs het restaurant met een groot terras met uitzicht op zee. Op zwoele zomeravonden kun je hier ongetwijfeld tot heerlijk laat zitten, tot je de zon in de zee hebt zien zakken en de sterren één voor één verschijnen. Ik wandel verder, een klein paadje af en kom bij het strandje, in een klein baaitje.

strand-beach-spiaggia-cinque-terre

Het privéstrandje van La Francesca resort, in een klein baaitje

Rotsen rijzen op uit zee. Golfjes botsen er zachtjes tegenaan. Het pas maart, te koud nog, dus er ligt nog niemand op het kiezelstrandje, maar de zon heeft al vol overgave geschenen. Er is een zwembadje voor de allerkleinsten. Vanaf half juni zit ook daar water in. Als je heel goed kijkt zie je in de verte een eilandje liggen: Gorgona. Daar had je vast nog nooit van gehoord!

De zon zakt. De lucht kleurt. Ik ben helemaal alleen en geniet. Stress glijdt van me af. Wat is het hier mooi!

cinque-terre-omgeving

Het terrein van het resort… midden in de natuur!

Een paar uur later loop ik het stuk nog een keer, op naar het diner. Het is avond en pikkedonker. Natuurlijk kun je ook zelf iets maken of elke keer een ander lekker restaurantje in de Cinque Terre ontdekken, maar als je dat niet wilt kun je ook in Rosa di mare eten, het restaurant van het resort. Super sfeervol vind ik het van binnen niet, maar als je straks in de zomer buiten kunt zitten, dan is het een paradijsje.

Het eten valt de eerste avond een klein beetje tegen. Van de pasta, maar ook de pesce San Pietro had ik meer verwacht. De tweede avond wordt dat echter goedgemaakt met grote garnalen. Mmm, daar hou ik van!

restaurant-rosadimare-francesca

Restaurant Rosa di Mare

Met ontelbaar veel sterren aan de hemel wandel ik terug naar mijn appartement. Het is weer even een klim, maar desondanks ben je er eigenlijk zo, helemaal als je in een van de grotere bungalows zit. Die kreeg ik zelf niet, maar die liggen wel heel mooi. Ach, het appartement eigenlijk ook.

appartement-Francesca-resort

Inrichting en uitzicht van het appartement waar ik mocht verblijven

Omdat ik de luiken niet helemaal gesloten had word ik wakker van het licht. Het is ochtend. Ik doe de balkondeuren open. Zachtjes hoor ik de zee in de verte. Vogels fluiten. De zon komt op en kleurt de hemel oranje-roze. Een bootje in de verte.

ligurische zee

Buongiorno!

Het ontbijt is weer op dezelfde plek met dat mooie uitzicht. In de zomer is dat anders, dan is het bij de minimarket en het speeltuintje, áls je er tenminste ontbijt bij hebt genomen, want verse broodjes zijn er dan ook te koop.

Ik loop nog wat verder over het resort. Langs het grotere zwembad, dat nu nog niet in gebruik is. Vanaf juni wel. Dan staan er lekker ligbedden omheen en kun je wat verkoeling zoeken en in alle rust genieten van de groene omgeving en van de oleanders die dan in bloei staan.

zwembad-speeltuin-cinqueterre

Het zwembad, de speeltuin en de overige faciliteiten

Wandel je iets verder dan sta je in een paar honderd passen op een uitkijkpunt. Met een weergaloze view over Levanto, de zee en de bergen om je heen.

viewpoint Levanto

Mag ik alsjeblieft wat langer blijven?

Ik was in Villaggio La Francesca op uitnodiging van het resort. Tijdens een speciaal bloggerweekend voor vrouwelijke reisbloggers (in het kader van internationale vrouwendag) leerde ik samen met een groepje Spaanse en Italiaanse bloggers het resort en de omgeving kennen.

Een resort van paradijselijke eenvoud

Eenvoudig, maar zo’n heerlijke plek!

Hier en daar vond ik het een beetje vergane glorie, en zag wel wat puntjes van aandacht (ook qua service), maar dat is geen reden om het niet te boeken. Bovendien was het seizoen natuurlijk nog niet echt begonnen en dus nog niet alles klaar. Het is absoluut een heerlijke plek. Het ligt echt heel mooi en rustig, zeker als je bedenkt dat het in de zomer even verderop verschrikkelijk druk is.

Bonassola-Levanto

La Francesca

Kortom, resort La Francesca is een eenvoudige maar fijne plek om tot rust te komen of om een vakantie met kinderen te vieren, met schitterend uitzicht en ver weg van de drukte. En toch, je zit zo in de Cinque Terre, waar het niet alleen heel mooi wandelen maar ook cultureel en culinair goed toeven is.

Cinque Terre

De Cinque Terre regio bestaat uit vijf supersfeervolle dorpjes. Ik ben van plan daar allemaal nog over te schrijven, en vooral heel veel mooie foto’s te laten zien. Ook over wandelen in de Cinque Terre en het reizen met de trein in de Cinque Terre zullen nog aparte blogs verschijnen. Mocht je al iets willen weten daarover, vraag het me gerust bij de reacties.

Denise-in-Vernazza

Nog even praktisch:

Waar is het?

Resort La Francesca ligt in Ligurië, aan de Italiaanse rivièra. Het ligt 3 km van Bonassola en 4 km van Levanto. Grofweg gezegd tussen Genua en Pisa, net ten noorden van de bekende 5 dorpen van de Cinque Terre. Andere grote steden ‘dichtbij’ zijn La Spezia, Lucca en Florence. Maar het ligt ook maar 3 uur van Milaan vandaan.

Hoe kom je er?

Met het vliegtuig vlieg je naar Genua of Pisa. Ik vloog voor 22 euro vanaf Eindhoven met Ryan Air naar Pisa. Vliegen naar Genua is doorgaans een stuk duurder. Tip: hou de deals in de gaten, van KLM, Transavia, Ryan Air e.a. Zoeken kan ook via de banner van Skyscanner rechts op mijn blog.

Treinen

Treinen zijn ook ideaal in dit gebied. Vanuit La Spezia gaat de trein in korte tijd langs alle 5 de dorpjes van de Cinque Terre, en ook naar Bonassola en Levanto. Een taxi bellen vanaf het station kan. Van te voren bellen is aan te raden. Gianluca, een grote blonde Italiaan, heeft een 24-uurs shuttleservice en brengt je vanaf 15 euro van station Levanto naar het resort. In je eentje prijzig, maar met een gezin of groepje vrienden niet. Let op: op station Bonassola staan niet standaard taxi’s.

Met de auto

Kom met de auto of huur er één. Zonder auto vind ik het niet echt handig. Het kan, maar niet als je slecht ter been bent, kleine kinderen hebt, of, zoals ik, moeder alleen met 2 kinderen bent. Het ligt dan toch een beetje afgelegen. Lopen kan, maar dat doe je waarschijnlijk niet elke dag. Over de bus kreeg ik niet echt duidelijkheid.

Tip: rij je met de auto vanuit Nederland doe het dan eventueel in 2 etappes. Op Kidseropuit vind je accommodaties op de route naar Italië.

Beste tijd

Ik was er begin maart. Nog ver voor het seizoen. In april en mei komen er al wel mensen, maar het zwembad gaat pas vanaf juni (bij mooi weer eind mei) open. Om te wandelen is het voorjaar of september wel ideaal.

Wat kost het?

Let op: er zijn verschillende typen bungalows en een paar appartementen. (Daar zat ik in.)

Maart: vanaf 70 euro per nacht tot max 220 p.n. voor een 4-k bungalow met 6 volw of 4 volw 4 kids (Ben je met een groot gezin of een groepje vrienden dan is het dus niet duur!). April/mei: 90-240 p.n. (afhankelijk van welke je kiest). Juni en sept: 110-260 p.n. Juli en aug: 130-300 p.n. (dan alleen per week te boeken). Speciale deals met Pasen, in mei of voor een weekend, ook met diner. Half pension bijboeken kan.

Dit waren prijzen van 2015, actuele prijzen vind je op de site of kijk hier.

Speciale prijzen voor alleenstaande ouders

Regelmatig heeft La Francesca speciale prijzen voor genitori single (alleenstaande ouders). Een voorbeeld van een aanbieding die ze eerder hadden: de 1e week van juli en de laatste week van augustus: 1.000 euro inclusief Italiaans ontbijt en 3-gangen menu.

Andere voorzieningen 

Gratis parkeren. Gratis wifi. Zwembad (2x). Speeltuin. Minigolf. Tennisbanen.

Over het winkeltje (minimarkt) kan ik ook nog niks zeggen, want dat was nog niet open. Maar op zich is dat fijn natuurlijk, en omdat je je eigen keukentje hebt kun je ook altijd zelf wat maken.

De prachtig gelegen bungalows vlakbij Cinque Terre!

villaggi la francesca

Voor wie?

La Francesca is ideaal voor rustzoekers, wandelaars en natuurliefhebbers. Niet voor mensen die vermaakt willen worden of luxe wensen. Ook is het absoluut niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn. Vroeger kwamen er veel Nederlanders omdat een Nederlandse reisorganisatie toen een contract met het resort had. Tegenwoordig komen er in het hoogseizoen vooral Duitsers en mensen van andere nationaliteiten. Spanjaarden komen ook steeds meer. Toen ik er was waren er alleen maar Italianen.

Met kinderen?

Dat kan! Er is een zwembad voor grotere kinderen, maar ook een kleiner badje vlakbij zee, speciaal voor de allerkleinsten. Het strandje ligt onderaan het resort, afhankelijk van in welke bungalow je zit is dat 100 tot een paar honderd meter lopen. Het park is autovrij. Slechts af en toe passeert een auto van personeel of iemand die aankomt of vertrekt. Verder staan auto’s op de parkeerplaats. In de speeltuin zijn schommels, een draaimolen, glijbaan, kasteel, etc.

Kinderbed huren is mogelijk. Kinderstoel en kindermenu in restaurant ook (niet gecheckt). Kinderen t/m 4 jaar eten gratis. En, ook altijd fijn om te weten als je nog kleine kinderen hebt: het dichtstbijzijnde ziekenhuis is vlakbij, in Levanto (4 km).

Eenvoud

Na het zien van al deze mooie foto’s klinkt het misschien gek, maar toch: verwacht geen luxe. Qua sfeer vond ik het meer campingachtig, maar je hebt wel fijne eigen basics als badkamer, kitchenette met koelkast, kookgelegenheid (geen oven of magnetron) en basisbenodigdheden, gratis handdoeken, verschonen van de bedden, etc. En het is ruim genoeg. Het ontbijt stelde niet zoveel voor, maar dat was wellicht omdat het nog niet het seizoen was.

Conclusie

Zou ik het zelf boeken? Ja, maar dat is omdat ik meer waarde hecht aan locatie en uitzicht dan aan luxe. Als luxe en op en top verzorging voor jou belangrijker zijn, dan zou ik verder kijken. Vind je relatief eenvoudig goed genoeg, red je jezelf prima, hou je van natuur en rust, en wil je graag de schitterende omgeving van de Cinque Terre verkennen en mooie wandelingen maken? Doen!

Wil je de kust van Ligurië combineren met de kust van Toscane bekijk dan ook dit mooie resort met houten bungalowtjes of deze luxe agriturismo. En lees ook deze blog met 3 ultiem romantische streken in Italië.

Twijfel je? Kijk nog een keer naar de foto’s, dan wil je meteen toch? 😉

Zie jij jezelf er al zitten?

Dit is een review. Ik ben uitgenodigd over dit resort te schrijven. De accommodatie en het eten en drinken werden voor mij betaald. Ook kreeg ik een gratis Cinque Terre card. Ik schrijf desalniettemin altijd zo eerlijk mogelijk over mijn ervaringen, daar is uiteindelijk iedereen bij gebaat.

Zandstorm in de Sahara

Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes

De wind giert om de stilstaande jeep, wiegt ons zelfs een beetje heen en weer, alsof we al op een dromedaris zitten. Als we uitstappen worden we overvallen door duizenden speldenprikjes. Een zandstorm! We zitten er midden in en worden letterlijk gezandstraald.

Koud is het niet, de wind is ‘warm’. Fijn zand waait in onze ogen en haren, prikt venijnig op onze huid, als bij een hagelbui. Doeken en sjaals worden haastig om hoofden geslagen. Omgebonden zoals het hoort, als een tulband, of gewoon zoals het toevallig het snelste gaat.

Jullie wilden zand? Dan krijg je het ook!

Zandstorm in de woestijn

Zonnebrillen op jongens!’ Geen zon te bekennen, maar het zand zit al snel tot in onze poriën, in wenkbrauwen, wimpers, ooghoeken en contactlenzen. We zien haast niks meer, dus die bril is geen overbodige luxe. Een enkeling zoekt dekking achter de jeep.

Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes 1

Een zandstorm. Funest voor camera’s.

‘Zo erg heb ik het eigenlijk nog nooit meegemaakt,’ zegt onze gids, een Nederlandse vrouw die al jaren in het zuiden van Marokko woont en inmiddels getrouwd is met Mo, haar Marokkaanse man. Yes! Hier gebeurt iets unieks. En waren we daar stiekem niet voor gekomen?

We rijden weer door, van de uitlopers van de Atlas, dieper het land in, richting Merzouga aan de rand van de Sahara. Zand stuift over de weg, steeds meer en meer, tot de weg bijna weg is. Dan de piste op, zoals ze dat noemen, off road, steeds verder, de dorre vlakte over. Kaal en ruig. Deprimerend desolaat maar ultiem enerverend tegelijkertijd.

In de verte stofwolken. Iets wat op een wervelwind lijkt.

Mo zit aan het stuur. Een hippe glanzende zonnebril op zijn neus. Hij concentreert zich op de ‘weg’, voor zover die nog te zien is, de andere jeeps nauwlettend in de gaten houdend. Ook al merk je het niet meteen aan hem, het lijkt alsof hij er van geniet. Van dit gecross in de woestenij, juist vandaag extra spectaculair door het slechte zicht.

Plotseling zijn we één van de 4×4’s kwijt. We maken rechtsomkeert en gaan op zoek. We trotseren het zand dat met geweld om de jeep raast. Hoe kan een mens hier ooit de weg vinden? Slechts af en toe een paar keitjes als oriëntatiepunt. Maar de chauffeurs zijn ervaren, zo bedreven hier te rijden dat ze elkaar snel weer gevonden hebben in het eindeloze niets.

Zand, overal zand.

De jeeps racen voort over de kale, ruige vlakte. Vlak maar toch hobbelig door alle keien. Niets dan dorheid, stenen en wolken stuifzand. Het wordt niet saai, het blijft op een prettige manier spannend waardoor we stiekem wensen dat dit eeuwig zou duren.

We kletteren en ratelen het verlaten gebied door. Stoten onze hoofden en hotsen en botsen in de jeep tegen elkaar aan. We kijken naar buiten, maar opgestoven en rondwaaiend zand belet ons het zicht. Net alsof het mistig is.

Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes 2

Een zandstorm in de Sahara.

Na de ruige rit met de jeeps stappen we in Merzouga op een dromedaris, voor het laatste stukje, door de zandduinen van Erg Chebbi. Bij het bestijgen van de dromedaris worden we er even bijna vanaf gekieperd, maar daarna wiegen we langzaam de woestijn door. Het is dat zand en wind ons nog steeds teisteren, maar eigenlijk is het best wel ‘zen’, zo zachtjes meegevoerd worden, die cadans, met zandduinen tot zover onze ogen rijken.

Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes 4 Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes 3 Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes 5

Niet verhit, wel verwaaid, zanderig en plakkerig, komen we aan bij het kamp. Tapijten vormen een pad langs de tenten van het kampement. Nog even en de windlichtjes gaan aan. Stevige bruine doeken doen dienst als tentzeil. De fonkelende sterrenhemel die we verwachten is er niet. Echte bedden zijn er wel.

Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes 6 Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes 7 662b Blog Marokko Sahara foto followmyfootprints @eventjes kop

Heel vroeg zijn we ’s ochtends wakker. In een bed vol zand. Op de dekens, ónder de dekens, op onze bagage, ertussen, en in onze ooghoeken. Het knarst zelfs tussen onze tanden.

Gelukkig zijn er douches. Een douche, in de woestijn! Nee, het is geen fata morgana, er is serieus warm stromend water in het kamp.

Avontuur de luxe.

 

Deze reis werd uitgevoerd door Dades reizen en maakte onderdeel uit van een persreis van het Marokkaans Verkeersbureau. 

Het geheim van Laos

Muang Ngoi Neua is een geheime plek in Laos. Althans, dat was het toen ik er in 2002 vanaf Nong Khiaw naartoe ging. Niemand kende het nog. Nergens las je erover. Hoe het was lees je in dit mooie reisverhaal over Laos. Een verhaal over mijn bezoek aan Muang Ngoi Neua.

Van Nong Khiaw naar Muang Ngoi

‘Pai Muang Ngoi Neua, kie mong ka?’ (Naar Muang Ngoi, hoe laat?) vraag ik in mijn beste Thai aan een Laotiaan achter een grote tafel. Zijn witte overhemd steekt af tegen zijn bruine huid. Zweetpareltjes op zijn voorhoofd.

We zijn in Nong Khiaw in Noord-Laos, niet ver van de grens met Vietnam. Een houten schuurtje dient als kantoor. Ik wil weten of er een boot naar Muang Ngoi gaat en hoe laat.

Verbaasd kijkt de man op. ‘Poet thai dái!’ (Je spreekt goed Thai!) zegt hij, terwijl ik mijn backpack van mijn plakkerige rug laat glijden.

‘Poet thai dái!’ (Je spreekt goed Thai!)

Geen boot naar Muang Ngoi

‘Mai míe.’ Hij kijkt bedenkelijk, veegt het zweet van zijn voorhoofd en meldt dan dat er geen boot meer gaat. Dat verhaal kennen we. Als er maar genoeg betaald wordt, gaat er altijd een boot. De man zucht gemaakt. Rechts van hem hangt een dienstregeling. Smoezelig, vol vegen van vieze vingers.

Plaatsnamen in dat vreemde, kringelende Laotiaanse schrift. Ik laat mijn blik er langs glijden en bestudeer de bedragen in kippen, de lokale munteenheid. Op zoek naar de kosten van een tocht naar Muang Ngoi. Verschillende bedragen: 17.000 kip, 18.000… Het valt mee, maar voor westerlingen wil het nog wel eens het dubbele zijn.

‘Paet-síp phán,’ grijnst hij. Voor 80.000 kip gaat er ineens wel een boot. Táchtig duizend?

We willen echt naar Muang Ngoi

Een groepje Laotianen houdt ons vanuit de deuropening nauwlettend in de gaten. Een strook licht schijnt naar binnen. Schichtige blikken schieten door het bedompte hok. Het genoemde bedrag is veel te hoog, maar we willen er heen. Dat weten we zeker. En we weten dat de man achter de tafel dat ook weet.

Een triomfantelijke blik op zijn gezicht. De wanhoop nabij aan onze kant. We zijn een beetje onderhandelingsmoe. En een nacht in Nong Khiaw hadden we niet gepland.

Er zit niets anders op. Ik rits mijn geldbuidel open. Mijn reisgenote doet hetzelfde. Ogen staren. We glimlachen ongemakkelijk en toveren de kippen uit onze geldbuidels tevoorschijn. Beschaamd tellen we een pak groezelige briefjes neer.

Met het bootje van Nong Khiaw naar Muang Ngoi

We lopen naar het bootje en nemen plaats op krakkemikkige houten krukjes van nog geen tien centimeter hoog. Onze westerse stelten kunnen we maar moeilijk kwijt. Lichaamsdelen plakken tegen elkaar aan. De motor rochelt als nog een paar mensen uit het dorp toesnellen.

Lichaamsdelen plakken tegen elkaar aan.

Een vrouw in een rood met gele phaa nung (sarong) sleept met een grote blauwe zak en een tas vol stokbroden. Stokbrood is nog een overblijfsel van de jarenlange Franse overheersing in dit gebied. Op veel plaatsen zie je het nog. In Vientiane, de hoofdstad kom je zelfs nog paté tegen. En een enkeling spreekt Frans, iets waar je in buurland Thailand niet mee aan hoeft te komen.

‘You should really go there. It’s amazing!’

Geheim plekje in Laos

We verheugen ons op de tocht naar Muang Ngoi. ‘You should really go there. It’s amazing!’ had Rosanne, een Française, me in Bangkok toevertrouwd. Was het iets in haar toon? Ze gaf me het gevoel dat je in Noord-Laos nog echt een geheim plekje kon ontdekken. Zo’n plek waar nog haast niemand is geweest, maar die elke reiziger stiekem hoopt te vinden. A la Leonardo di Caprio in The Beach.

Muang-ngoi-laos

Op zoek naar het verborgen paradijs in Laos

Ik denk aan schatkaarten en avontuur. Krijg een ontdekkingsreiziger-gevoel over me. Een tinteling. Alsof we op het punt staan een spannend jeugdboek in te stappen waarvan wij de hoofdpersonen zijn. Met het verlangen naar rust in ons hoofd, koesteren ook wij, semi-avonturiers van de 21e eeuw, de heimelijke wens zo’n verborgen paradijs aan te treffen.

Een klein dorpje met bamboe huisjes op palen

Aan de oever van de rivier de Ou, een zijtak van de machtige Mekong, zou op een heuvel, verscholen tussen de kokospalmen, een klein dorpje met bamboe huisjes op palen liggen. Met slechts een paar guesthouses en geen wegen, auto’s of brommers. Geen internetcafés en geen videoavonden met Amerikaanse knokfilms. Ook geen luidruchtige tenten waar vieze mannen kwijlend loeren naar hun Aziatische prooi.

Rustig en authentiek

Het enige wat je kunt doen is eindeloos wandelen door felgroene rijstvelden en kijken naar vrouwen die hun kleurige was in de rivier dopen en kindertjes die schik hebben in het water. Vanuit je hangmat tuur je bij zonsondergang over de antracietblauwe bergen terwijl de rivier sierlijk door het dal glijdt.

Is dat niet ware rijkdom?

Voor het meisje op de punt van de boot niet. Ze is een jaar of tien en draagt een veel te groot, gerafeld overhemd. Met een platgetrapt Coca Cola-blikje in haar hand staart ze wezenloos over het water. Als ik mijn camera tevoorschijn haal, kijkt ze nukkig de andere kant op. Al die falang (buitenlanders) die altijd maar ongevraagd foto’s willen maken. Mooie plaatjes voor thuis. Maar wat heeft zíj daar aan?

Al die falang die altijd maar foto’s maken…

Waarom was ik hier naartoe gegaan?

‘Whel you flom?’ Ik kijk over mijn schouder naar een jongen in een vaal spijkerhemd. Hij mist een paar tanden. Twee bruine ogen nemen me op. ‘Nederland,’ zeg ik. ‘Aah, Hollaen. Good!! Yúulohp. Good!’ roept hij enthousiast.

Ja, Holland goed, Europa ook, maar Laos is beter, denk ik bij mezelf. Meteen zie ik weer mensen in dikke jassen voor me, mensen die gehaast over grauwe perrons rennen. Het jachtige Europese leven waarin iedereen elkaar opjut; de hebzucht en de algehele chagrijn, ik was het spuugzat. Daarom was ik weggegaan, voor onbepaalde tijd naar Thailand, voor een baan weliswaar, maar er moest toch een ander leven mogelijk zijn?

Er moest toch een ander leven mogelijk zijn?

Eén van de armste landen ter wereld

Maar ja, leg dat maar eens uit aan een Laotiaan. Die heeft die keuzemogelijkheid niet. Wat voor ons een idyllisch plaatje is, is voor hem de realiteit, en die is niet zo rooskleurig. Laos behoort samen met landen als Bhutan, Bangladesh en Rwanda tot de armste landen ter wereld. De helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Terug naar de natuur

In het westen is terug naar de natuur een trend. Bivakkeren tussen het groen; in Laos kan het nog, voor nog geen halve euro per persoon per nacht. Rosanne had me verteld dat je in Muang Ngoi op een matras op de grond slaapt, dat er geen warm water is en maar een paar uur per dag stroom. Haren wassen doe je in de open lucht.

Overnachten voor een halve euro per nacht!

Je moet weliswaar midden in de nacht een stuk lopen om de wc te vinden, zo’n hurktoilet ja, maar voor de heuse avonturier is dat geen schokkend nieuws. En het moest er zo prachtig zijn.

Paradijselijk bijna.

Bamboe, bananenbomen, kokospalmen…

Terwijl het bootje verder sputtert, vergapen we ons aan waaiervormige bamboebomen, rozenhout, teak, kokospalmen en de mooie bladeren van de bananenbomen, waartussen soms een paar hutjes opdoemen. Tegen de heuvels liggen grote stengels bamboe en zorgvuldig schoongeslepen boomstammen.

Het lokale leven in Laos

Een plat bootje met drie jongetjes erop drijft in het water. Eén jongen, de roeier, zit in kleermakerszit achterop. De andere twee halen voorzichtig een visnet omhoog. Zorgvuldig wikkelen ze het net om een houten plank.

Verderop staan twee vrouwen voorovergebogen, met hun voeten in het water, de afwas te doen. De phaa nung handig opgeknoopt. Ook in Thailand heb ik het vaker gezien. Verbaas me er al niet meer over als ik een jongetje zijn haartjes zie wassen in de rivier, als een man er z’n tanden in poetst. Maar wat een ander leven toch, blijf ik maar in mezelf herhalen.

Laos-nuang-ngoi

Sabaai díe!

Ik kijk nog een keer achterom. Een meisje in een rood jurkje rent de helling af met een lege jerrycan aan een touw. Ze hurkt neer bij een smeulend vuurtje. ‘Sabaai-díe!’ zwaait ze vrolijk.

Als de rook mijn neus is binnengedrongen, merk ik pas hoe zeer mijn maag rammelt. Ik hunker naar een maaltijd, heb een droge keel en een houten kont. Mijn armen glimmen van zweet en zonnebrandcrème, mijn T-shirt plakt aan mijn lijf en onder mijn nagels wemelt het van de bacteriën. Mijn blaas staat op knappen. Als ik ook nog kramp in mijn rechter kuit krijg, vraag ik me af wat de lol van het reizen ook al weer was. Waarom doe ik dit eigenlijk?

Ik ben bezweet, mijn blaas staat op knappen, ik krijg kramp en ik heb trek…

In het donker door het dorp dwalen

Die avond, als de laatste bootjes uitgeput aan wal liggen, dwalen we in het donker stilletjes door het sprookjesachtige dorp. We hebben een frisse mandi-douche genomen en even lekker liggen lezen in onze hangmatten.

Mae, een vrouw met hoge jukbeenderen en ingevallen wangen, heeft driftig pepertjes staan pletten in de vijzel en ons een voortreffelijke papayasalade voorgeschoteld. Met een kokertje khao niaw (kleefrijst) erbij en Laotiaanse ijskoffie toe.

Laos-muang-ngoi-streamside-guesthouse

Het dorp zwijgt. We snuiven de klamme geur van de tropen op.

Het is stil in het dorp

Het is stil. Geen geknetter van bootjes meer. Het is zelfs zo stil dat het lijkt alsof het hele dorp zijn adem inhoudt. Zelfs de gekko’s en de krekels. We schuifelen langs een paar hutjes en houden halt bij een pilaarvormige plantenbak die vreemd glinstert. Ik laat mijn vingers over het gladde materiaal glijden. Metaal. Mijn reisgenote schijnt bij met haar zaklamp: een bom!

‘Ons’ geheime plekje blijkt een nog veel groter geheim te bewaren

We lezen erover. Dertig jaar geleden was Laos het toneel van een oorlog waar de westerse wereld geen weet van had. Het was de zogenaamde Secret War. Amerikaanse bommenwerpers hebben er van 1964 tot 1973 in het geheim elke acht minuten, 24 uur per dag, gemiddeld een vliegtuiglading vol bommen gedropt. Négen jaar lang! Hun missie was top secret.

‘Laos is the most heavily bombed nation, on a per capita basis, in the history of warfare,’ aldus Lonely Planet. ‘The largest paramilitary operations ever undertaken by the CIA took place in the small kingdom of Laos.’

Het paradijs?

Ik denk terug aan die middag. Hoe het die laatste meters op de rivier ineens onbedaarlijk was gaan regenen. De bagage in een paar seconden doorweekt. Plek om te schuilen was er niet. Dekking zoeken kon niet. Dikke druppels spatten uiteen op de rand van het bootje. Ze waren overal en ze bléven maar vallen.

Hard en meedogenloos.

Verward kruipen we die nacht veilig onder onze klamboes. Gedachten aan de wandaden van Amerika vermengen zich met herinneringen aan vrolijke kinderstemmetjes die ’s middags schaterlachend door het dal klonken. In mijn halfslaap voltrekken zich helse taferelen op een hemelse plek.

Kokosnoten en kogels vechten om een plaatsje in mijn dromen.

Een paar keer schrik ik wakker in de tropische nacht -met natte rug en borst, de klamboe tegen mijn benen geplakt- en ik besef dat er geheimen zijn die geheim moeten blijven en dat er geheimen zijn die verteld moeten worden.

Ik besef dat er geheimen zijn die geheim moeten blijven en dat er geheimen zijn die verteld moeten worden.

Het Laos van 15 jaar geleden…

Ik bezocht Laos en dus onder andere Muang Ngoi Neua in 2002. Een kortere versie van dit verhaal over Muang Ngoi verscheen in 2004 in het juli/augustus-nummer van Onze Wereld (dat nu One World heet) naar aanleiding van een schrijfwedstrijd over ego-toerisme (ego ja, niet eco).

Foto’s Muang Ngoi

De foto’s bij deze blogpost zijn van mindere kwaliteit dan je van me gewend bent. Ik heb ze destijds met een eenvoudige camera gemaakt. En ja, heus, toen gebruikten we nog fotorolletjes… Ik heb dus foto’s van de foto’s gemaakt.

Hoe is het nu in Muang Ngoi?

Ik heb uiteraard gegoogled hoe het nu in Muang Ngoi Neua is. Is Muang Ngoi nog steeds zo authentiek en ver van de moderne wereld verwijderd? Getuige enkele blogs die ik tegenkwam lijkt het er wel op. Nog steeds wordt Muang Ngoi hét geheime plekje in Laos genoemd.

Dat ene paradijselijke plekje…

‘This village is just starting to become part of the tourist trail, but only just,’ schrijft iemand die in 2012 in Muang Ngoi Neua was. Terwijl het dus 10 jaar geleden (in 2002) ook al zo was.

Dus zie je, ook nu zoeken mensen nog steeds naar dat ene paradijselijke plekje en doen ze alsof ze het bijna hoogstpersoonlijk ontdekt hebben. Wat dat betreft is er weinig veranderd. Maakt het uit? Nee, het is begrijpelijk. Ik gun iedereen het ontdekken van nog bijna onbedorven plekken, mits er rekening wordt gehouden met de lokale bevolking…

Ongerept Laos

Wil je niet net als wij alles zelf regelen, maar vind je het juist fijn als het een en ander voor je geregeld is? Reisorganisatie Van Verre biedt een individuele rondreis aan waarbij je ook naar Nong Khiow en Muang Ngoi gaat. De reis heet: Ongerept Laos.

Rondreizen Laos Van Verre

Reis naar Laos

Een reis naar Laos kun je ook boeken bij 333 Travel, FOX, Sawadee en Riksja. Of regel het zelf, zoals ik deed.

Ben jij onlangs in Nong Khiaw en Muang Ngoi geweest? Laat dan zeker even een reactie achter.

Meer weten over Laos? Lees dan ook ‘Zoektocht naar het paradijs in Noord-Laos’ op Reisomdewereld.nl.  Of lees hier meer mooie blogs over geheime èn minder geheime plekken in Azië