Het geheim van Laos

Het geheim van Laos

Muang Ngoi Neua is een geheime plek in Laos. Althans, dat was het toen ik er in 2002 naartoe ging. Niemand kende het nog. Nergens las je erover. Hoe het was lees je in dit mooie reisverhaal over Laos.

Vanaf Nong Khiaw naar Muang Ngoi

‘Pai Muang Ngoi Neua, kie mong ka?’ vraag ik in mijn beste Thai aan een Laotiaan achter een grote tafel. Zijn witte overhemd steekt af tegen zijn bruine huid. Zweetpareltjes op zijn voorhoofd. We zijn in Nong Khiaw in Noord-Laos, niet ver van de grens met Vietnam. Een houten schuurtje dient als kantoor. Ik wil weten of er een boot naar Muang Ngoi gaat en hoe laat.

Verbaasd kijkt de man op. ‘Poet thai dái!’ (je spreekt goed Thai!) zegt hij, terwijl ik mijn backpack van mijn plakkerige rug laat glijden.

‘Poet thai dái!’ (Je spreekt goed Thai!)

Geen boot naar Muang Ngoi

‘Mai míe.’ Hij kijkt bedenkelijk, veegt het zweet van zijn voorhoofd en meldt dan dat er geen boot meer gaat. Dat verhaal kennen we. Als er maar genoeg betaald wordt, gaat er altijd een boot. De man zucht gemaakt. Rechts van hem hangt een dienstregeling. Smoezelig, vol vegen van vieze vingers.

Plaatsnamen in dat vreemde, kringelende Laotiaanse schrift. Ik laat mijn blik er langs glijden en bestudeer de bedragen in kippen, de lokale munteenheid. Op zoek naar de kosten van een tocht naar Muang Ngoi. Verschillende bedragen: 17.000 kip, 18.000… Het valt mee, maar voor westerlingen wil het nog wel eens het dubbele zijn.

‘Paet-síp phán,’ grijnst hij. Voor 80.000 kip gaat er ineens wel een boot. Táchtig duizend?

We willen echt naar Muang Ngoi

Een groepje Laotianen houdt ons vanuit de deuropening nauwlettend in de gaten. Een strook licht schijnt naar binnen. Schichtige blikken schieten door het bedompte hok. Het genoemde bedrag is veel te hoog, maar we willen er heen. Dat weten we zeker. En we weten dat de man achter de tafel dat ook weet.

Een triomfantelijke blik op zijn gezicht. De wanhoop nabij aan onze kant. We zijn een beetje onderhandelingsmoe. En een nacht in Nong Khiaw hadden we niet gepland.

Er zit niets anders op. Ik rits mijn geldbuidel open. Mijn reisgenote doet hetzelfde. Ogen staren. We glimlachen ongemakkelijk en toveren de kippen uit onze geldbuidels tevoorschijn. Beschaamd tellen we een pak groezelige briefjes neer.

Met het bootje van Nong Khiaw naar Muang Ngoi

We lopen naar het bootje en nemen plaats op krakkemikkige houten krukjes van nog geen tien centimeter hoog. Onze westerse stelten kunnen we maar moeilijk kwijt. Lichaamsdelen plakken tegen elkaar aan. De motor rochelt als nog een paar mensen uit het dorp toesnellen.

Lichaamsdelen plakken tegen elkaar aan.

Een vrouw in een rood met gele phaa nung (sarong) sleept met een grote blauwe zak en een tas vol stokbroden. Stokbrood is nog een overblijfsel van de jarenlange Franse overheersing in dit gebied. Op veel plaatsen zie je het nog. In Vientiane, de hoofdstad kom je zelfs nog paté tegen. En een enkeling spreekt Frans, iets waar je in buurland Thailand niet mee aan hoeft te komen.

‘You should really go there. It’s amazing!’

Geheim plekje in Laos

We verheugen ons op de tocht naar Muang Ngoi. ‘You should really go there. It’s amazing!’ had Rosanne, een Française, me in Bangkok toevertrouwd. Was het iets in haar toon? Ze gaf me het gevoel dat je in Noord-Laos nog echt een geheim plekje kon ontdekken. Zo’n plek waar nog haast niemand is geweest, maar die elke reiziger stiekem hoopt te vinden. A la Leonardo di Caprio in The Beach.

Muang-ngoi-laos

Op zoek naar het verborgen paradijs in Laos

Ik denk aan schatkaarten en avontuur. Krijg een ontdekkingsreiziger-gevoel over me. Een tinteling. Alsof we op het punt staan een spannend jeugdboek in te stappen waarvan wij de hoofdpersonen zijn. Met het verlangen naar rust in ons hoofd, koesteren ook wij, semi-avonturiers van de 21e eeuw, de heimelijke wens zo’n verborgen paradijs aan te treffen.

Een klein dorpje met bamboe huisjes op palen

Aan de oever van de rivier de Ou, een zijtak van de machtige Mekong, zou op een heuvel, verscholen tussen de kokospalmen, een klein dorpje met bamboe huisjes op palen liggen. Met slechts een paar guesthouses en geen wegen, auto’s of brommers. Geen internetcafés en geen videoavonden met Amerikaanse knokfilms. Ook geen luidruchtige tenten waar vieze mannen kwijlend loeren naar hun Aziatische prooi.

Rustig en authentiek

Het enige wat je kunt doen is eindeloos wandelen door felgroene rijstvelden en kijken naar vrouwen die hun kleurige was in de rivier dopen en kindertjes die schik hebben in het water. Vanuit je hangmat tuur je bij zonsondergang over de antracietblauwe bergen terwijl de rivier sierlijk door het dal glijdt.

Is dat niet ware rijkdom?

Voor het meisje op de punt van de boot niet. Ze is een jaar of tien en draagt een veel te groot, gerafeld overhemd. Met een platgetrapt Coca Cola-blikje in haar hand staart ze wezenloos over het water. Als ik mijn camera tevoorschijn haal, kijkt ze nukkig de andere kant op. Al die falang (buitenlanders) die altijd maar ongevraagd foto’s willen maken. Mooie plaatjes voor thuis. Maar wat heeft zíj daar aan?

Al die falang die altijd maar foto’s maken…

Waarom was ik hier naartoe gegaan?

‘Whel you flom?’ Ik kijk over mijn schouder naar een jongen in een vaal spijkerhemd. Hij mist een paar tanden. Twee bruine ogen nemen me op. ‘Nederland,’ zeg ik. ‘Aah, Hollaen. Good!! Yúulohp. Good!’ roept hij enthousiast.

Ja, Holland goed, Europa ook, maar Laos is beter, denk ik bij mezelf. Meteen zie ik weer mensen in dikke jassen voor me, mensen die gehaast over grauwe perrons rennen. Het jachtige Europese leven waarin iedereen elkaar opjut; de hebzucht en de algehele chagrijn, ik was het spuugzat. Daarom was ik weggegaan, voor onbepaalde tijd naar Thailand, voor een baan weliswaar, maar er moest toch een ander leven mogelijk zijn?

Er moest toch een ander leven mogelijk zijn?

Eén van de armste landen ter wereld

Maar ja, leg dat maar eens uit aan een Laotiaan. Die heeft die keuzemogelijkheid niet. Wat voor ons een idyllisch plaatje is, is voor hem de realiteit, en die is niet zo rooskleurig. Laos behoort samen met landen als Bhutan, Bangladesh en Rwanda tot de armste landen ter wereld. De helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Terug naar de natuur

In het westen is terug naar de natuur een trend. Bivakkeren tussen het groen; in Laos kan het nog, voor nog geen halve euro per persoon per nacht. Rosanne had me verteld dat je in Muang Ngoi op een matras op de grond slaapt, dat er geen warm water is en maar een paar uur per dag stroom. Haren wassen doe je in de open lucht.

Overnachten voor een halve euro per nacht!

Je moet weliswaar midden in de nacht een stuk lopen om de wc te vinden, zo’n hurktoilet ja, maar voor de heuse avonturier is dat geen schokkend nieuws. En het moest er zo prachtig zijn.

Paradijselijk bijna.

Bamboe, bananenbomen, kokospalmen…

Terwijl het bootje verder sputtert, vergapen we ons aan waaiervormige bamboebomen, rozenhout, teak, kokospalmen en de mooie bladeren van de bananenbomen, waartussen soms een paar hutjes opdoemen. Tegen de heuvels liggen grote stengels bamboe en zorgvuldig schoongeslepen boomstammen.

Het lokale leven in Laos

Een plat bootje met drie jongetjes erop drijft in het water. Eén jongen, de roeier, zit in kleermakerszit achterop. De andere twee halen voorzichtig een visnet omhoog. Zorgvuldig wikkelen ze het net om een houten plank.

Verderop staan twee vrouwen voorovergebogen, met hun voeten in het water, de afwas te doen. De phaa nung handig opgeknoopt. Ook in Thailand heb ik het vaker gezien. Verbaas me er al niet meer over als ik een jongetje zijn haartjes zie wassen in de rivier, als een man er z’n tanden in poetst. Maar wat een ander leven toch, blijf ik maar in mezelf herhalen.

Laos-nuang-ngoi

Sabaai díe!

Ik kijk nog een keer achterom. Een meisje in een rood jurkje rent de helling af met een lege jerrycan aan een touw. Ze hurkt neer bij een smeulend vuurtje. ‘Sabaai-díe!’ zwaait ze vrolijk.

Als de rook mijn neus is binnengedrongen, merk ik pas hoe zeer mijn maag rammelt. Ik hunker naar een maaltijd, heb een droge keel en een houten kont. Mijn armen glimmen van zweet en zonnebrandcrème, mijn T-shirt plakt aan mijn lijf en onder mijn nagels wemelt het van de bacteriën. Mijn blaas staat op knappen. Als ik ook nog kramp in mijn rechter kuit krijg, vraag ik me af wat de lol van het reizen ook al weer was. Waarom doe ik dit eigenlijk?

Ik ben bezweet, mijn blaas staat op knappen, ik krijg kramp en ik heb trek…

In het donker door het dorp dwalen

Die avond, als de laatste bootjes uitgeput aan wal liggen, dwalen we in het donker stilletjes door het sprookjesachtige dorp. We hebben een frisse mandi-douche genomen en even lekker liggen lezen in onze hangmatten.

Mae, een vrouw met hoge jukbeenderen en ingevallen wangen, heeft driftig pepertjes staan pletten in de vijzel en ons een voortreffelijke papayasalade voorgeschoteld. Met een kokertje khao niaw (kleefrijst) erbij en Laotiaanse ijskoffie toe.

Laos-muang-ngoi-streamside-guesthouse

Het dorp zwijgt. We snuiven de klamme geur van de tropen op.

Het is stil in het dorp

Het is stil. Geen geknetter van bootjes meer. Het is zelfs zo stil dat het lijkt alsof het hele dorp zijn adem inhoudt. Zelfs de gekko’s en de krekels. We schuifelen langs een paar hutjes en houden halt bij een pilaarvormige plantenbak die vreemd glinstert. Ik laat mijn vingers over het gladde materiaal glijden. Metaal. Mijn reisgenote schijnt bij met haar zaklamp: een bom!

‘Ons’ geheime plekje blijkt een nog veel groter geheim te bewaren

We lezen erover. Dertig jaar geleden was Laos het toneel van een oorlog waar de westerse wereld geen weet van had. Het was de zogenaamde Secret War. Amerikaanse bommenwerpers hebben er van 1964 tot 1973 in het geheim elke acht minuten, 24 uur per dag, gemiddeld een vliegtuiglading vol bommen gedropt. Négen jaar lang! Hun missie was top secret.

‘Laos is the most heavily bombed nation, on a per capita basis, in the history of warfare,’ aldus Lonely Planet. ‘The largest paramilitary operations ever undertaken by the CIA took place in the small kingdom of Laos.’

Het paradijs?

Ik denk terug aan die middag. Hoe het die laatste meters op de rivier ineens onbedaarlijk was gaan regenen. De bagage in een paar seconden doorweekt. Plek om te schuilen was er niet. Dekking zoeken kon niet. Dikke druppels spatten uiteen op de rand van het bootje. Ze waren overal en ze bléven maar vallen.

Hard en meedogenloos.

Verward kruipen we die nacht veilig onder onze klamboes. Gedachten aan de wandaden van Amerika vermengen zich met herinneringen aan vrolijke kinderstemmetjes die ’s middags schaterlachend door het dal klonken. In mijn halfslaap voltrekken zich helse taferelen op een hemelse plek.

Kokosnoten en kogels vechten om een plaatsje in mijn dromen.

Een paar keer schrik ik wakker in de tropische nacht -met natte rug en borst, de klamboe tegen mijn benen geplakt- en ik besef dat er geheimen zijn die geheim moeten blijven en dat er geheimen zijn die verteld moeten worden.

Ik besef dat er geheimen zijn die geheim moeten blijven en dat er geheimen zijn die verteld moeten worden.

Het Laos van 15 jaar geleden…

Ik bezocht Laos in 2002. Een kortere versie van dit verhaal verscheen in 2004 in het juli/augustus-nummer van Onze Wereld (dat nu One World heet) naar aanleiding van een schrijfwedstrijd over ego-toerisme (ego ja, niet eco).

Foto’s Muang Ngoi

De foto’s bij deze blogpost zijn van mindere kwaliteit dan je van me gewend bent. Ik heb ze destijds met een eenvoudige camera gemaakt. En ja, heus, toen gebruikten we nog fotorolletjes… Ik heb dus foto’s van de foto’s gemaakt.

Hoe is het nu in Muang Ngoi?

Ik heb uiteraard gegoogled hoe het nu in Muang Ngoi is. Is het nog steeds zo authentiek en ver van de moderne wereld verwijderd? Getuige enkele blogs die ik tegenkwam lijkt het er wel op. Nog steeds wordt Muang Ngoi hét geheime plekje in Laos genoemd.

Dat ene paradijselijke plekje…

‘This village is just starting to become part of the tourist trail, but only just,’ schrijft  iemand die er in 2012 was. Terwijl het dus 10 jaar geleden (in 2002) ook al zo was. Dus zie je, ook nu zoeken mensen nog steeds naar dat ene paradijselijke plekje en doen ze alsof ze het bijna hoogstpersoonlijk ontdekt hebben. Wat dat betreft is er weinig veranderd. Maakt het uit? Nee, het is begrijpelijk. Ik gun iedereen het ontdekken van nog bijna onbedorven plekken, mits er rekening wordt gehouden met de lokale bevolking…

Ben jij onlangs in Nong Khiaw en Muang Ngoi geweest? Laat dan zeker even een reactie achter.

Meer weten over Laos? Lees dan ook ‘Zoektocht naar het paradijs in Noord-Laos’ op Reisomdewereld.nl.  Of lees hier meer mooie blogs over geheime èn minder geheime plekken in Azië

 

12 Comments

  1. Denise

    Dank je wel Nicky! Wat leuk om te horen! Ja, op deze (lang geleden geschreven al) heb ik destijds héél erg mijn best gedaan. Ik schreef het naar aanleiding van een cursus Schrijven over reizen. Daar heb ik veel waardevolle dingen geleerd. Veel plezier in Tokyo!
    Denise onlangs geplaatst…Live!My Profile

    1. Kim

      Ik ben in 2009 in Laos geweest en vond het ook een prachtig land. Vientiane vond ik niet zo veel aan maar met een motorbike langs alle kleine dorpjes en het bolavenplateau was super! Ongerepte natuur, dorpjes waar mensen achter ons aan kwamen rennen omdat er weinig/geen toeristen langs kwamen. We kwamen zonder brandstof te zitten maar het hele dorp kwam in actie om ons te helpen. Fantastisch!

    2. Nicky

      Voor die cursus ben je vast geslaagd 😉

      Ik woon in Tokyo trouwens (al acht jaar) en inderdaad met veel plezier. Mocht je een keer in de buurt zijn dan hoor ik het graag! 
      Ps. Soms staan er wel eens korte stukjes of foto’s op Esthers blog van mij door Esther geschreven, die Nicky ben ik 😉

  2. Denise

    De film over Muang Ngoi draait inmiddels! Ik heb ‘m gisteren gezien, samen met Henriette, met wie ik er in 2002(!) was. Er was toen nog geen weg naar het dorp, heen elektriciteit en het stond nog niet in de Lonely Planet… De documentaire is een aanrader voor elke backpacker! En sowieso mooi! Kijk voor actuele speeltijden hier: http://www.cinemadelicatessen.nl/film/banana-pancakes-and-the-children-of-sticky-rice/
    Denise onlangs geplaatst…Hoe word ik wereldreiziger?My Profile

  3. Yvonne

    hi Denise, Ik had hem wel al eens gelezen, maanden geleden… prachtig verhaal, kan me voorstellen dat het één van je mooiste verhalen is. Zoveel dingen die je beschrijft, zoveel gedachtes, ervaringen, ontmoetingen zijn herkenbaar. Fijn om te lezen dat het er zelfs in 2012 nog redelijk ongerept was, ben benieuwd voor hoe lang. 
    Yvonne onlangs geplaatst…2 Instapklare routes voor KroatiëMy Profile

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *